Manifesteren kun je leren

9 april 2024

Eerder schreven we al eens een artikel over hoe taal je denken beïnvloedt. De conclusie daarvan was: taal is verre van neutraal en heeft zelfs invloed op hoe je de wereld om je heen ervaart. Afhankelijk van de taal die je spreekt kun je bijvoorbeeld bepaalde kleuren beter zien, of onthoud je beter wie precies de schuldige was bij een ongeluk. De manier waarop je iets zegt, heeft effect op hoe we de wereld zien, wat we een logische vervolgstap vinden of wie we aanwijzen als probleemveroorzaker. Een nieuwe Duitse studie vond voor deze conclusie nieuw bewijs én laat zien hoe het invloed heeft op niet alleen ons heden, maar ook onze toekomst.


Gaat het beter in de taal, dan gaat het beter in ‘t echt

De wetenschappers onderzochten de taal in 173.031 Britse boeken uit de periode 1500 tot 1900. Ze kwamen tot de conclusie dat bepaalde termen, die gekoppeld kunnen worden aan vooruitgang en innovatie, vanaf de 17e eeuw steeds vaker gebruikt werden. In aanloop naar de industriële revolutie (in Groot-Brittannië vanaf de tweede helft van de 18e eeuw), zie je dus al een omslag in de taal die mensen gebruiken.


Oftewel: mensen praten niet alleen meer over vooruitgang als het op dát moment beter gaat, taal schept dus ook ruimte voor een culturele verandering die invloed heeft op de staat van het land. Natuurlijk zijn bepaalde andere zaken absoluut van invloed geweest op de vooruitgang (denk aan het mechaniseren van productieprocessen, meer interacties tussen verschillende bevolkingsgroepen of florerende handel), maar het effect van taal en cultuur mogen we zeker niet uitvlakken én de Duitse onderzoekers hebben daar nu dus ondersteunend bewijs voor gevonden.


Sterker nog: de Britse data-analist en journalist John Burn-Murdoch heeft in de Financial Times de vrijheid genomen om dit onderzoek nog iets verder door te trekken. Hij vroeg zich af of dit patroon ook in andere landen te zien was en legde Spanje onder de loep van zijn data-analyse. Zijn conclusie? Dat de Spanjaarden pas twee eeuwen ná de Britten eenzelfde stijging lieten zien in optimistische taal over vooruitgang. Interessanter is dat die stijging overeenkomt met de economische ontwikkeling van dat land in die tijd. En nóg interessanter is dat ook hier de talige ontwikkeling voorliep op de economische ontwikkeling.


En wij nu hier dan?

Nu we dit weten, is het misschien wel leuk om te weten hoe we er heden ten dage voor staan. Of juist niet, want het beeld is niet al te rooskleurig. Burn-Murdoch heeft de analyse doorgetrokken naar nu en ziet een kantelend beeld. In de afgelopen zestig jaar is het aantal woorden dat verband houdt met vooruitgang, verbetering en de toekomst met 25% gedaald. En dat is nog niet het ergste, want termen die we juist koppelen aan bedreigingen, risico’s en zorgen zijn zo goed als verdubbeld. Oef, zou dit een voorbode zijn en moeten we ons voorbereiden op een periode van terugval?

 

Misschien kunnen we met z’n allen het tij nog keren: laten we een optimistische toekomst manifesteren door ons te focussen op voorspoed, vooruitgang en verbetering. Om je een beetje op weg te helpen: in dit artikel deden we al eens uit de doeken hoe je op een optimistische manier framet over klimaat en duurzaamheid. Vanuit een gevoel van urgentie zijn we snel geneigd om heel negatief te formuleren als het om klimaatverandering gaan (De wereld staat in brand! We gaan er allemaal aan als we niet nu iets doen!). Alarmerende taal waar wellicht weinig aan gelogen is, maar die niet altijd het meest effectief is. Té angstaanjagend zorgt er nou eenmaal voor dat mensen eerder hun vingers in hun oren stoppen dan dat ze daadwerkelijk in beweging komen. Door te laten zien wat het oplevert als we klimaatverandering tegengaan, wordt de kans groter dat je luisteraar de schouders eronder wil zetten. En, wie weet, misschien ‘manifesteren’ we de wereld dan gezamenlijk naar een gezonde, mooie en klimaatvriendelijke toekomst. Proberen kan geen kwaad, toch?

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?