Van chaos naar campagne: hoe partijen de val van het kabinet framen

6 juni 2025

Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen? 






Iedereen verantwoordelijk, niemand schuldig?

Wat direct opvalt is hoe vaak partijen spreken over 'verantwoordelijkheid nemen'. Dat klinkt mooi, maar de invulling verschilt sterk. CDA schrijft bijvoorbeeld: “Genoeg chaos. Tijd voor verantwoordelijkheid.” Terwijl de VVD aanhaalt dat Nederland leiders verdient “die verantwoordelijkheid nemen en leveren. Júíst als het moeilijk wordt.” De ChristenUnie benadrukt dat leiderschap vraagt om "een koel hoofd en een warm hart". Deze partijen lijken dus in te spelen op het sentiment dat een sterke leider niet wegloopt van moeilijkheden. De SP, die zich in het bericht fel afzet tegen het oude beleid, benadrukt dat zij dé partij zijn die het land echt op één zet. Kortom: het woord 'verantwoordelijkheid' is voor veel partijen het startpunt van hun verhaal. Maar waar de een het inzet om in te spelen op het gebrek aan verantwoordelijkheid bij de kabinetsval, gebruikt de ander het als manier om verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken. 


Op het eerste gezicht lijkt iedereen het dus met elkaar eens te zijn over het belang van verantwoordelijkheid nemen. Maar wie die verantwoordelijkheid nu niet heeft genomen, daarover verschillen de partijen van mening. Voor sommige partijen is er duidelijk een schuldige die zijn verantwoordelijkheid niet heeft genomen. En die persoon luistert naar de naam Geert Wilders. Zo wijst JA21 expliciet met de beschuldigende vinger naar Wilders: "Dat kan hij zich aanrekenen." D66 noemt hem "onberekenbaar en onbetrouwbaar." De ChristenUnie verwijt de PVV loze beloften en chaos. En FVD noemt het een “doodzonde” dat Wilders, “laatste enigszins rechtse kracht binnen de toch al overwegend middle of the road kuddecoalitie”, is weggelopen, omdat dit de kans op rechts beleid onbenut laat.


Coalitiepartijen VVD, BBB en NSC hanteren hetzelfde frame van Wilders als schuldige, maar juist om zichzelf te onderscheiden van Wilders en de PVV. De VVD noemt het “onbegrijpelijk en onverantwoord” dat Wilders de kans op rechts beleid heeft vergooid. BBB sprak over Wilders als iemand die “roekeloos en onverantwoord” handelde: "Het land besturen is iets anders dan dreigen op sociale media." Zij stellen: wij wilden wel, maar Wilders stapte eruit. En NSC vindt het “zeer teleurstellend en onverantwoord dat de PVV nu de handdoek in de ring gooit en wegloopt.” Dat juist partijen die in de coalitie zaten nu met de vinger wijzen naar Wilders als persoon, is strategisch gekozen. Deze partijen moeten zich immers losmaken van de verantwoordelijkheid voor het mislukken van het kabinet, en doen dat door de schuld zo duidelijk mogelijk buiten zichzelf te leggen. De VVD wil vooral “vooruitkijken”, “doorpakken” en “niet te lang blijven handen bij de kabinetsval”. Zij sorteren dus duidelijk al voor op de komende verkiezingen. De andere coalitiepartijen benadrukken dat zij wél dingen voor elkaar hebben gekregen in dit kabinet. BBB benoemt dat ze bezig waren “het land te besturen en echte problemen op te lossen”, en NSC stelt dat het “NSC-bewindspersonen en Kamerleden [waren] die de afgelopen tijd wél strengere maatregelen op het gebied van migratie wisten te realiseren”. Die woorden benadrukken betrouwbaarheid, voortgang, bestuurlijke daadkracht. Zo ontstaat een frame waarin Wilders de breker wordt, en zij de bouwers. De coalitiepartijen kiezen allemaal dezelfde retorische lijn: zij hadden de intentie om zich aan de gemaakte afspraken uit het coalitieakkoord te houden en te leveren wat ze beloofd hadden, maar werden tegengehouden door Wilders. De impliciete boodschap: het ligt niet aan ons. Wij zijn klaar voor verantwoordelijkheid, en waren dat al.


Opvallend genoeg kiest GL-PvdA ervoor om te spreken van het "kabinet Wilders-Yesilgöz". Hiermee wordt nadrukkelijk ook de VVD verantwoordelijk gemaakt voor de kabinetsval. Een aantal andere oppositiepartijen kiest een eenzelfde route. De SP spreekt van "rechtse ruziepartijen" in een “asociaal kabinet”, de Partij voor de Dieren noemt dit hele kabinet "één groot boerenbedrog", maar ze geven zelden specifieke namen. Deze partijen richten zich minder op één schuldige, en meer op een systeem dat volgens hen fundamenteel vastloopt. Door het probleem breder te maken, kunnen ze zichzelf neerzetten als het echte alternatief. Ze hoeven dan niet uit te leggen waarom zij het beter zouden doen dan één persoon. Ze stellen dat het hele spel anders gespeeld moet worden. Met die keuze om niet op één persoon te schieten, maar op de manier van denken van deze coalitiepartijen, laten ze zien dat je echte verandering niet in die ‘oude’ rechtse hoek hoeft te zoeken.


De reactie van de PVV: zelf slachtoffer

In een videoboodschap (via GeenStijl) reageerde Geert Wilders fel op de ontstane situatie. Hij zet de PVV nadrukkelijk neer als slachtoffer van een mislukte samenwerking. Volgens hem is het vooral NSC die gemaakte afspraken niet nakwam. Wilders beweert dat hij er alles aan heeft gedaan om het kabinet te laten slagen, maar dat hij op belangrijke thema’s zoals immigratie telkens werd tegengewerkt. Hij gebruikte termen als "gebroken beloften" en "partijen die niet leverden". Daarmee draait hij de rollen om: het is volgens hem niet de PVV die de boel liet klappen, maar juist de anderen. Hij zegt: “Ik zit hier voor die Nederlander en ik hoop ook dat die Nederlander begrijpt waarom we dit gedaan hebben. Ik wil niet dingen gaan onderzoeken en moties indienen, dit moet gewoon gebeuren. Nederland wordt gek van die asielstroom. Dus daar gaan we mee naar de kiezer.”


Wilders heeft het veel over 'de Nederlander'. Hij zegt te hopen dat mensen begrijpen waarom hij deze stap heeft gezet. Dat zij inzien dat hij geen andere keuze had. Daarmee presenteert hij zichzelf als iemand die namens hen spreekt, niet namens het politieke spel in Den Haag. Hij plaatst zichzelf daarmee aan de kant van het volk: iemand die wél luistert, maar werd tegengewerkt door andere partijen. Die taal past goed bij zijn vaste rol als buitenstaander in de politiek. Hij reframet het conflict: hij versus de gevestigde orde die doorgaat op een heilloze weg. Voor zijn eigen kiezers is dat een herkenbare en effectieve boodschap. Door zichzelf als degene neer te zetten die de waarheid durft te zeggen en de rug recht houdt, bevestigt Wilders hun kijk op de politiek. Tegelijk blijft hij enigszins voorzichtig in zijn toon. Hij sluit toekomstige samenwerking niet uit. Toch is Wilders niet de enige die een ontevreden boodschap brengt over de huidige status quo. Ook andere partijen grijpen de kabinetsval aan om te reflecteren op de koers van de afgelopen periode, en vooral om die als stilstand te framen. Dat frame van stilstand wordt door partijen op verschillende manieren ingevuld, maar vormt de voedingsbodem voor hun plannen voor de toekomst. 


Stilstand als frame voor de toekomst

“Vandaag pakken we onze toekomst terug,” schreef Volt in hun nieuwsbrief, als reactie op de val. De SP sprak van “een bevrijding van politieke gijzeling”. GroenLinks-PvdA stelde dat het kabinet werd gekenmerkt door “onmacht, verdeeldheid en ruzies”. Deze partijen schetsen een beeld van stagnatie, waarin Nederland stilstond onder een onsamenhangende coalitie. Tegenover dit beeld plaatsen coalitiepartijen hun eigen narratief. De VVD schrijft: “Daar kunnen we niet in blijven hangen.” Ze willen “met spoed doorpakken”. NSC noemt het vertrek van Wilders “onverantwoord” en benadrukt de noodzaak van oplossingen. BBB stelt retorisch: "Waarom zijn de maatregelen niet gewoon uitgevoerd?" Alsof alleen de uitvoering hen in de weg zat, niet de inhoud. En FVD stelt dat Wilders “de enige kans op een halt aan massale immigratie onbenut heeft gelaten.” Daarmee trekken zij verschillende conclusies uit dezelfde situatie: voor de een was dit kabinet het probleem, voor de ander een gemiste kans.


Zo ontstaat een strijd tussen verschillende definities van stilstand: als stilzitten (SP), als geblokkeerde samenwerking (GL-PvdA, Volt), als afgebroken voortgang (VVD, NSC, BBB), of als verloren moment van echte verandering (FVD). Elk van deze frames probeert het moment te laden met politieke betekenis en zichzelf als logische volgende stap te presenteren.


Van betekenis naar beweging

De val van het kabinet was voor veel mensen verwarrend. Wat is er precies gebeurd? Wie is verantwoordelijk? En wat betekent dit voor het land? In die verwarring proberen politieke partijen richting te geven. Ze willen niet alleen reageren op wat er gebeurde, maar ook het verhaal bepalen dat blijft hangen. Nu het stof langzaam neerdaalt, proberen partijen niet alleen verklaringen te geven, maar vooral hun eigen rol in het vervolgverhaal veilig te stellen. Sommige partijen presenteren zichzelf als de stabiele kracht die rust moet terugbrengen, terwijl andere zich juist profileren als degenen die met lef willen breken met oude politiek en het systeem willen omgooien. De komende maanden zullen we die verhalen steeds duidelijker gaan horen. Partijen kiezen hun woorden zorgvuldig, bouwen aan hun eigen versie van wat er misging en waarom zij nu nodig zijn. Het is straks aan de kiezer om te bepalen welk verhaal het meest geloofwaardig klinkt. En welk verhaal echt verschil kan maken.


NB: In deze analyse hebben we gekeken naar de nieuwsbrieven van politieke partijen zoals JA21, SP, ChristenUnie, D66, GroenLinks-PvdA, Volt en de Partij voor de Dieren. Voor partijen waarvan geen nieuwsbrief beschikbaar was, zoals VVD, NSC, BBB, FVD, CDA en SGP, hebben we gekeken naar de officiële reacties op hun website. De PVV verwees in hun nieuwsbrief uitsluitend naar een video-interview met Geert Wilders bij GeenStijl; die video is meegenomen in deze analyse. DENK heeft geen schriftelijke reactie gegeven.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

12 oktober 2026
Ik las het boek The Sirens’ Call van Chris Hayes ademloos uit en neem je graag mee in zijn boodschap: we moeten onze aandacht beter beschermen, want die wordt steeds meer van ons afgenomen en verkocht.
15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.