Een kijkje in onze keuken: metaforen

30 september 2024

Metaforen kunnen ontzettend handig zijn. Ze maken een lastig onderwerp concreet en begrijpelijk en hebben ze een sturende kracht: een goed gekozen metafoor bepaalt waar de aandacht naartoe gaat. Als iemand zegt dat hij is 'gegroeid als mens’, is dat inhoudelijk vrij complex, maar toch begrijpen we meteen wat iemand bedoelt en of het bijvoorbeeld goed of slecht nieuws is. Niet zo gek dus, dat wij vaak worden gevraagd om onderzoek te doen naar en advies te geven over metafoorgebruik.


Een mooi voorbeeld daarvan is ons onderzoek naar het framegebruik rond (kortdurende) detentie. Naast een analyse van de bestaande frames over dit onderwerp, onderzochten we ook hoe het beter zou kunnen. Hiervoor hebben we onder andere een aantal metaforen ontwikkeld rondom het complexere concept ‘detentieschade’ en deze vervolgens getest in focusgroepen.


Detentieschade

Detentieschade is de schade die je ‘erbij krijgt’ als je een gevangenisstraf opgelegd krijgt. Denk aan het verlies van werk, woning en sociaal vangnet. Dat is onprettig voor de veroordeelde, maar brengt ook praktische bezwaren met zich mee voor de maatschappij. Zo is het bijvoorbeeld een stuk moeilijker om na je tijd in de gevangenis het leven weer op te pakken als je je huis, baan of je relaties bent verloren. Omdat veel mensen niet bekend zijn met de term ‘detentieschade’ en de bijbehorende uitleg ervan vrij uitvoerig kan zijn, kan een goed gekozen metafoor helpen. Twee metaforen bleken constructief te kunnen bijdragen aan het gesprek over detentieschade: ‘onzichtbare straf’ en ‘zware rugzak’.


Onzichtbare straf

“In Nederland leunt het rechtssysteem sterk op kortdurende gevangenisstraffen om kleine criminaliteit aan te pakken. Dit lijkt misschien redelijk, maar het leidt in feite tot een extra, onzichtbare straf. Wanneer mensen zelfs maar een korte tijd in de gevangenis doorbrengen, verliezen ze al hun baan, sociale netwerk en/of huis. Op die manier laat een korte gevangenisstraf mensen een onzichtbare straf uitzitten voor de rest van hun leven.”


Deze metafoor benadrukt dat een korte straf meer omvat dan ‘een paar maandjes zitten’. Ook kan deze metafoor worden ingezet om te laten zien dat soms niet alleen de gedetineerde deze straf krijgt, maar dat een mogelijk gezin van een gedetineerde in feite deze onzichtbare straf ook toebedeeld krijgt. De focusgroepen waar we deze metaforen getest hebben, lieten zien dat mensen bij deze metafoor zelf gaan redeneren over de duur: een onzichtbare straf is ongrijpbaar en dus ook niet zomaar ‘klaar’. Onze testpersonen verwachtten dat mensen die in detentie hebben gezeten hier nog lang last van kunnen hebben.


Zware last

“In Nederland leunt het rechtssysteem sterk op kortdurende gevangenisstraffen om kleine criminaliteit aan te pakken. Dit lijkt misschien redelijk, maar het laat mensen achter met nog meer gewicht op hun rug dan wat ze in eerste instantie hadden. Een soort zware rugzak voor extra problemen. Wanneer mensen zelfs maar een korte tijd in de gevangenis doorbrengen, verliezen ze al hun baan, sociale netwerk en/of huis. Op die manier zorgt een korte gevangenisstraf ervoor dat mensen voor de rest van hun leven een zware last dragen.”


Deze metafoor beeldt detentieschade uit als als een zware last die mensen voor de rest van hun leven met zich meedragen. Die last kan zo zwaar worden, dat mensen helemaal niet meer vooruitkomen. De metafoor legt hiermee uit hoe recidive in de hand wordt gewerkt door mensen voor korte tijd vast te zetten. Binnen de metafoor is het oplossingsperspectief dan ook: voorkom dat mensen met een zware rugzak opgescheept raken, door een alternatief voor detentie te organiseren. Ten opzichte van ‘onzichtbare straf’ is deze metafoor wat concreter. Dat zorgt ervoor dat mensen de metafoor breder kunnen inzetten. Een aantal deelnemers gaf aan dat mensen die detentie krijgen veelal al gewicht in hun rugzak hebben, voordat ze de gevangenis in gaan. Een interessante toevoeging, want dit laat zien dat mensen die met criminaliteit in aanraking komen veelal al kwetsbaar zijn: ofwel door slechte invloed uit hun omgeving, ofwel doordat zijzelf met problematiek rondlopen. Het is daardoor gemakkelijk te begrijpen binnen de metafoor dat het verliezen van een woning of werk de rugzak meteen té zwaar maakt om verder mee te kunnen.


Andere metaforen

Niet alle metaforen zijn succesvol. De metafoor van een ‘lege gereedschapskist’, waarbij mensen na detentie belangrijke tools (zoals huis, baan en relaties) missen om hun leven weer op te bouwen, sloeg niet goed aan. In de focusgroepen interpreteerde men het anders: ze zagen de ‘lege gereedschapskist’ als iets wat mensen al vóór hun detentie hadden en dat de kist dus met tools 'gevuld' zou moeten worden tijdens detentie. Men vond dit te ver gaan, omdat het gevoelsmatig leek alsof de gedetineerde beloond werd in plaats van gestraft voor zijn daden.


Een vergelijkbaar ontstond bij de metafoor van een rode kaart: net als bij een sportwedstrijd belandt iemand die voor korte periode de gevangenis in moet op de bank en mag niet meer meedoen aan de wedstrijd (de samenleving) daarna. Het bleek dat mensen aan de hand van deze metafoor al snel een heel rationele benadering van straf begonnen te hanteren, waarbij een gevangenisstraf de (enige) gepaste straf is, omdat het mensen een lesje zou leren en hen laat inzien dat dit soort gedrag niet wordt geaccepteerd. Dit gaat volledig voorbij aan de detentieschade die we eigenlijk als maatschappij ook zouden willen meewegen in de zoektocht naar een systeem waarbij je zo min mogelijk recidive hebt.


Wat te doen?

Een metafoor is geen magische oplossing, maar het kan zeker helpen om complexe onderwerpen zoals detentieschade beter bespreekbaar te maken. Ons advies is om bij het gebruik van metaforen altijd concrete voorbeelden te geven. In dit onderzoek deden we dit door op verschillende manieren duidelijk te maken hoe detentieschade de maatschappij (en dus ook jou) beïnvloedt. Zo wordt duidelijk dat korte gevangenisstraffen vaak onbedoelde, negatieve gevolgen hebben, waar jij ook zomaar eens last van kunt krijgen.


Zoals je ziet, is het kiezen van de juiste metafoor niet eenvoudig. Test daarom altijd je taal! En als je niet weet waar je moet beginnen... onze deur staat altijd open.


Ps. Wil je meer weten over ons onderzoek naar kortdurende detentie en detentieschade? Bekijk dan onze speciale website met alle informatie, blogs en rapporten!



Deel dit artikel:

Andere artikelen

12 oktober 2026
Ik las het boek The Sirens’ Call van Chris Hayes ademloos uit en neem je graag mee in zijn boodschap: we moeten onze aandacht beter beschermen, want die wordt steeds meer van ons afgenomen en verkocht.
15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.