De geniepige invloed van taal op geldzaken

18 maart 2025

Mensen denken wel eens dat als we gaan rekenen, dat de invloed van framing daar ophoudt. Maar is dat ook zo? Lang niet altijd. In dit artikeltje gaan we in op de manier waarop taal rond geldzaken invloed heeft op hoe die zaken beleefd worden.


Op NU.nl lazen we het volgende:


"Dollarkoers gaat onderuit terwijl euro in de lift zit
De waarde van de dollar is de afgelopen dagen stevig gezakt. De Amerikaanse munt staat woensdag op het laagste niveau in bijna vier maanden ten opzichte van de euro. Ook ten opzichte van andere valuta moest de dollar terrein prijsgeven."


Wie hier met een framingbril op naar kijkt, valt iets opmerkelijks op. Namelijk: de metaforen die worden gebruikt om aan te geven wat er aan de hand is. Neem bijvoorbeeld ‘onderuit gaan’ en ‘in de lift zitten’. Dat zijn kenmerken die je normaal eerder aan mensen verbindt. Er is hier dus sprake van personificatie: geld dat zich gedraagt naar menselijke eigenschappen. Het helpt ons iets behoorlijk abstracts beter te begrijpen door het in een menselijk perspectief te plaatsen.


Maar er is meer aan de hand als we nog een laagje dieper gaan, namelijk de sturende invloed van de conceptuele metafoor. James Geary schrijft hierover in zijn boek ‘I is another’, over de invloed van metaforen. In de financiële wereld hebben metaforen namelijk meer invloed dan je op het eerste gezicht denkt. Er is namelijk wat aan de hand met de ‘agency’ in het metaforische taalgebruik. Namelijk of er een gevoel van ‘handelen’ aan vastzit. ‘Stevig zakken’ is iets waar je weinig controle op hebt. Terwijl iemand die ‘in de lift’ staat, toch echt zelf bepaalt op welke verdieping hij uitstapt. Dit patroon zie je vaker. Wanneer een koers daalt, worden veelal woorden als ‘instorten’, ‘kelderen’ en ‘onderuit gaan’. Hier reageren aandelenhandelaars onbewust op, schrijft Geary.


Wanneer de metafoor een totaal gebrek aan controle suggereert, worden aandelen sneller verkocht omdat handelaars er onbewust aan koppelen dat dit aandeel nog verder zal gaan dalen. Immers: iets dat instort stopt daar pas mee als het volledig ingestort is. Aandelen die ‘opklimmen’ of ‘gigantisch stijgen’ worden juist massaal ingekocht, omdat hierbij het gevoel zich opdringt dat deze verder zullen gaan stijgen. Dit komt omdat deze metaforen een gevoel van ‘agency’ in zich hebben: er zit een gecontroleerde beweging of een soort van bewust idee achter. Vraag je dit na bij aandelenhandelaars en dan zullen ze het in alle toonaarden ontkennen. Ze hebben het namelijk simpelweg niet door.


Dus brengt het lezen van een nieuwsbericht je in de verleiding om wat aan je aandelenportfolio te doen? Kijk dan eens goed naar de werkwoorden die worden gebruikt. Grote kans dat je zo’n conceptuele metafoor tegenkomt… met weinig echte voorspellende waarde.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?