Hoe te framen deel 2: het frame-narratief

11 januari 2011

André Rouvoet moppert wel eens dat hij frames tegen zich heeft (bijvoorbeeld op Twitter) en benoemt dat euvel expliciet. Helaas voor deze parlementariër is dit geen oplossing. Zelfs al maakt men frames expliciet, dan verliezen ze niet of nauwelijks aan werking. Een goede communicator kan niet om framing heen. Daarom bieden we op deze website een drieluik over hoe men nu eigenlijk zelf kan framen. In de eerste post hadden we het over het fundament van een frame: het idee. Deze keer bespreken we de tweede stap: het narratief.


Het verhaal waarop het frame stoelt

Een goed in elkaar zittend frame communiceert altijd een duidelijk wereldbeeld. Een wereldbeeld waarin een issue (een voorstel of een probleem), een protagonist, een antagonist, een moreel oordeel en een oplossing (of probleemstelling) duidelijk zijn. Het is belangrijk om te beseffen dat bij een goed frame, deze vier onderdelen (reasoning devices genaamd) allemaal helder zijn ingevuld, want hoe duidelijker het narratief is, hoe sterker het zich kan zetten in de geest van de ontvanger.


De issue of het onderwerp is in de vorige fase (definiëren) al deels vastgesteld. Maar nu is het tijd om het te checken: welke invalshoek krijgt het onderwerp? Wordt iets als een probleem of een voorstel neergezet? Wordt het negatief of positief benaderd? Als een actieve waardenverandering of een gedragsverandering wordt nagestreefd, dan heeft een positieve benadering de voorkeur. Gaat het om het versterken van een bepaalde angst, onwil of desinteresse, dan kan een negatieve aanpak wenselijk zijn.


De protagonist is de eigen partij. Wie is dat? Hoe is deze partij gekoppeld aan de issue? Dat hoeft niet per se gekoppeld te worden aan beleid, maar vooral aan emotionele motieven. Deze emoties worden namelijk intenser verwerkt door het brein dan specifieke argumenten. Technisch gezien wordt hier al een koppeling gemaakt met morele oordelen, de vier onderdelen horen dan ook in elkaar te passen als één geheel.


De antagonist is de tegenpartij. Dat kan heel specifiek, of heel algemeen zijn. Maar het moet wel duidelijk zijn wie er bedoeld wordt met ‘de ander’. Hiermee kan het frame twee kanten op werken, positief voor de protagonist, negatief voor de antagonist. De ander kan dan namelijk worden geportretteerd als onwetend, ongeïnteresseerd of gewoonweg onethisch. Dat hangt af van het onderwerp en het morele oordeel.


Het morele oordeel is gebaseerd op een emotie, niet op rede. Dat klinkt heel vanzelfsprekend, maar deze twee dingen worden vaak met elkaar verward. Mensen proberen vaak de vraag ‘Wat vind je daar van, hoe voel je je daarbij?’ te beantwoorden met feiten en argumenten. Bijvoorbeeld: ‘Wat vind je van de klimaatsverandering?’ Antwoord: ‘Klimaatsverandering leidt tot opwarming van de aarde en dit is slecht voor onder andere de biodiversiteit.’ Natuurlijk zit er een emotie verscholen in dit antwoord, maar die blijft heel impliciet. Het antwoord komt veel sterker binnen als het als volgt wordt beantwoord: ‘Het is beangstigend dat we niets ondernemen, dieren, planten en mensen zullen sterven en we zullen hulpeloos moeten toekijken omdat het te laat is om in te grijpen.’ In dit antwoord worden duidelijke emoties aangesproken: angst en een gevoel van hulpeloosheid. Tegelijkertijd wordt het tegendeel dus ook benoemd: ondernemen, ingrijpen. Een positief moreel oordeel dat hier meer nadruk op legt zou kunnen zijn: ‘We leven en sterven op de aarde, ze is ons kostbaarste bezit en zo behandelen we de natuur en ons klimaat ook.’ Dit morele oordeel doet een beroep op zorg dragen voor de dingen die je lief hebt, op koesteren. Samengevat beantwoordt dit onderdeel de vraag: wat moet de luisteraar ervan vinden? Welke diepere waarde heeft te maken met de issue?


Het laatste onderdeel is de oplossing (of probleemstelling). Hierbij wordt de verhouding (en als het goed is contrast) tussen protagonist en antagonist duidelijk. Ook beleid en argumentatie krijgen hier iets meer ruimte, hoewel een frame daar nóóit op gestoeld moet zijn en ze alleen een frame-ondersteunende rol krijgen.

Van kop tot staart

Met het invullen van deze vier elementen ontstaat er een heel narratief, met een onderwerp, hoofd- en bijrolspelers, een moraal en een ‘happy end’. Het is essentieel om bij het vormen van het narratief na te denken over de doelgroep. Welke kennis, waarden en emoties zijn aanwezig en overtuigend bij deze doelgroep? Wanneer er bijvoorbeeld wordt ingezet op ‘saamhorigheid’, is dat wel iets dat belangrijk gevonden wordt door de doelgroep? Wordt ‘verzorging’ wel positief geassocieerd zoals misschien wordt verondersteld in het gevormde narratief? Het is dan ook nuttig om doelgroepgerelateerde communicatie te onderzoeken op welke narratieven daarin voorkomen. Door eerdere narratieven of complete frames te destilleren, kan er worden voortgebouwd op al bestaande wereldbeelden. Dit is wenselijk, aangezien er op die manier al voedingsbodem is voor jouw invalshoek.


In de volgende post gaan we in op het woordgebruik waarmee een frame kan worden gebouwd en gecommuniceerd. Dan zullen we ook een uitgebreide casestudy gebruiken om dit te laten zien. Hierdoor krijgt alle theorie die we tot nu toe hebben behandeld een concrete uitwerking. Dat maakt het niet alleen makkelijker om uit te leggen, maar ook zeker makkelijker om te onthouden. Tot dan!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

12 oktober 2026
Ik las het boek The Sirens’ Call van Chris Hayes ademloos uit en neem je graag mee in zijn boodschap: we moeten onze aandacht beter beschermen, want die wordt steeds meer van ons afgenomen en verkocht.
15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.