Werkende woorden: ontkennen

19 januari 2011

Politici (en andere mensen) maken regelmatig de fout om de aandacht te vestigen op iets waar ze het eigenlijk helemaal niet over willen hebben. Dit doen ze vaak door het gebruik van de ontkenning. Een voorbeeld: in het programma ‘5 jaar later’ zei minister Gerd Leers onlangs: ‘Ik ben geen marionet.' Dit was een verwijt dat hij eerder had gekregen van de oppositie, omdat hij vanuit een anti-Wilders opstelling, tóch plaatsnam in een door Wilders gedoogd kabinet. Een marionet, omdat mensen hem verwijten dat hij zijn principes niet trouw is, maar eigenlijk de wensen van de PVV uitvoert. Wat deed Leers hier fout en wat is een beter alternatief?


Don’t think of an…

Het is eigenlijk logisch dat Leers dit verwijt van tafel veegt door het te ontkennen. Alleen zo werkt het helaas niet op breinniveau. Taalonderzoekers zijn op een interessant fenomeen gestuit, dat heel simpel samen te vatten is: ontkennen is erkennen. De Amerikaanse linguïst George Lakoff liet de basis voor deze bewering zien met een nog simpeler gedachte-experiment: 'Don’t think of an elephant.' Op het moment dat zo’n zin wordt uitgesproken, verschijnt er een olifant in de gedachten van de luisteraar.


Inzicht 1: op het moment dat iets wordt benoemd, wordt de gedachte eraan geactiveerd.


Maar waarom is die activatie een probleem? Dat ligt iets ingewikkelder. Ons bewustzijn vormt ideeën en interpretaties op basis van onze ervaringen (en put daarbij uit veel onbewuste informatie). Onze ervaringen worden op hun beurt weer gevoed door – logisch – de dingen die we meemaken en tegenkomen. Opvallend genoeg worden dingen in het onderbewuste niet minutieus opgeslagen. Het is meer een netwerk van verschillende concepten en wereldbeelden, die door ervaringen gekoppeld kunnen worden aan elkaar.


Zo werkt het ook met dingen waar we het niet per se in eerste instantie mee eens zijn. En zo werkt het ook zeker met ontkenningen. Op het moment dat Leers een talige marionet oproept, zal het beeld in mensen hun hoofd verschijnen, in combinatie met Leers. Het koppelingennetwerk zal weinig waarde hechten aan het feit dat hij bedoelde dat hij het niét is. Ontkenningen worden namelijk niet opgeslagen in dit koppelingennetwerk. Hoe vaker het duo Leers – marionet zal worden uitgesproken of verbeeld, hoe meer dat onbewust ons oordeel over Leers zal beïnvloeden.


Inzicht 2: hoe vaker je iets tegenkomt, hoe sterker die koppeling kan worden.

Wat dan?

Conclusie: zelfs in de verdediging tegen zoiets, moet je de woorden gebruiken waarmee je wél geassocieerd wil worden. In het geval van Leers had hij beter dus kunnen ingaan op het tegenovergestelde van een marionet: ‘Als minister ben ik zelf verantwoordelijk voor mijn beslissingen.’ Dus beste lezers, wanneer iets belangrijk is, spreek er dan altijd over in termen die moeten blijven plakken, zónder ontkenningen alstublieft!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?