Hoe te framen deel 3: sturende taal

14 maart 2011

Dit is het laatste deel van het drieluik 'Hoe te framen'. In de vorige twee delen van ‘Hoe te framen’ zijn we ingegaan op de noodzaak van een goed en duidelijk gedefinieerd idee als basis voor een helder frame en het bijpassende narratief dat het kernidee van het frame vormt. Wanneer deze twee zaken op orde zijn, volgt de taal die deze dingen communiceert. Deze framende taal staat in deze post centraal: waarop kan een framer zich beroepen om zijn verhaal de wereld in te krijgen?


Taal-ingrediënten

Frames worden overgebracht door middel van verschillende componenten die in een tekst aanwezig kunnen zijn. Deze taalcomponenten worden dan ook framing devices genoemd; de instrumenten waarmee een frame tot uitdrukking komt. Dit kunnen bijvoorbeeld archetypes, stereotypen, expliciete vergelijkingen, subtielere metaforen, beelden of terugkerende kernwoorden zijn. Dankzij deze framing devices wordt het narratief van het achterliggende frame (deels) geactiveerd. De woorden jagen als het ware de beoogde manier van denken aan.


Natuurlijk werkt het niet altijd, wanneer de lezer té ver van het beoogde frame afstaat, zoals een PVV-frame voor een GroenLinkser. Dan zal het frame verworpen worden, ondanks dat de framing devices heel kundig verwerkt kunnen zijn. Maar hoe vaker de devices aangeboden worden, hoe meer ruimte er ontstaat in mensen hun hoofden voor het frame.

Klimaatframes

Een onderwerp dat de laatste jaren steeds meer aan bod komt is klimaatverandering. Zowel mensen die ervoor waarschuwen als mensen die vinden dat het onzinnig gedoe is, kiezen hun eigen frames. Zo spreken de tegenstanders over ‘klimaathysterie’ met ‘klimaatalarmisten’. De PVV spreekt in dit geval over ‘moeder natuur’ die het zelf allemaal wel regelt.


PVV-er De Mos: 'Met belastinggeld van ons allemaal maakt de publieke omroep ons bang met onbewezen klimaattheorieën waar verzengde hittegolven en metershoge zeespiegelstijgingen het voortbestaan van de mensheid bedreigd.'


Het frame waarmee de PVV ten strijde trekt is het ‘leugens die de belastingbetaler handen met geld kosten’-frame. Klimaatconferenties, klimaatwetten en voorlichting worden zo teruggebracht tot een verspilling van bergen belastinggeld. Het is zinloos om te proberen in te grijpen, want er is niets aan de hand waar we invloed op kunnen uitoefenen; het is onbewezen hysterie waar een aantal linkse figuren geld mee proberen te verdienen.


Het is dan ook onhandig dat De Mos in het bovenstaande stukje over ’verzengende hittegolven en metershoge zeespiegelstijgingen’ spreekt. Daarmee geeft hij namelijk ruimte aan een frame dat zijn tegenstanders graag inzetten: ‘desinteresse in klimaatverandering leidt tot natuurrampen’.


Greenpeace: 'Klimaatverandering is een feit. Overal zien we de gevolgen van de warmer wordende aarde: felle bosbranden, grote overstromingen, smeltende gletsjers en ongekende hittegolven. Zandzakken voor de deur helpen niet meer en kernenergie levert slechts andere problemen op.'


Greenpeace beroept zich vooral op rampen die angst oproepen. In dit frame worden de rampen vaak vergezeld van een nietig mensbeeld en een verwijzing naar de volgende generatie (je wil ook toch ook dat onze kinderen een gezond leven kunnen leiden?). In dit frame gaat het vaak om de gevolgen van het ontwijken van de verantwoordelijkheid: destructie.

Welke taal voor welk frame?

In beide frames zijn dus een aantal kernelementen te vinden die altijd terugkomen. Bij het klimaatalarmisme is dit verwijzingen naar onbetrouwbaarheid, hysterie, geldverspilling en partijdigheid. In het klimaat-actie-frame wordt altijd verwezen naar urgentie, onzekere toekomst, rampen, verantwoordelijkheid, wetenschap en samenwerking. De metaforen (op hol slaan van ons klimaat, moeder natuur zorgt zelf voor de aarde), vaste uitdrukkingen (zoals klimaathysterie enerzijds en broeikaseffect anderzijds) en stereotypen (boomknuffelaars, klimaatvervuilers) zorgen voor de communicatie van de verschillende frames.


Het is belangrijk om te beseffen welke taal past binnen het frame dat wenselijk is. De Mos maakt dus de fout om elementen uit een tegenframe te gebruiken. Hiermee biedt hij dit frame namelijk een podium, terwijl hij dat helemaal niet wil. Zo moeten organisaties als Greenpeace ook nooit spreken over de (on)betrouwbaarheid van de wetenschap waar zij zich op baseren. Zo wordt namelijk onwillekeurig een ander frame geactiveerd. Bedenk dus altijd welke taal past in het eigen frame en vermijd de taal die bij de ander thuis hoort. Ontwikkel eigen termen, metaforen en stereotypen die keer op keer gebruikt kunnen worden. Zo krijgt het frame de kans zich te zetten in de geest van de ontvangers.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?