Hoe frame je een oorlog?

23 maart 2011

Militair ingrijpen buiten de landsgrenzen is niet iets wat zomaar geslikt wordt door de gemiddelde burger, zeker niet in een tijd van wereldwijde recessie. Daarom wordt de boodschap ‘we gaan schieten op die-en-die, omdat zus-en-zo’ altijd voorzichtig en zorgvuldig geframed door de opdrachtgever. Dat vraagt bij verschillende contexten ook om verschillende frames, zo bleek uit de toespraak van US President Obama op 18 maart naar aanleiding van de aangenomen Libië-resolutie. Totaal anders dan het bekende ‘war on terror’ van Bush. In dit artikel zetten we twee geweldframes naast elkaar.


Libië 2011: Operatie Odyssee Dawn

De resolutie (om het no-fly verbod boven Libië te handhaven) heet eigenlijk ‘Resolutie 1973’, maar deze werd voor framing-doeleinden omgedoopt naar ‘Operatie Odyssey Dawn’. Zoals de Volkskrant al suggereert, is dit een strategische zet. De odyssee verwijst naar een heroïsche reis (met positieve uitkomst) en het ‘ochtendgloren’ naar een nieuw, beter leven (lees: democratie) voor de Libiërs. Maar naast de slimme naam, schroomt Obama ook niet om in zijn toespraak een heel duidelijk frame neer te zetten: het beschermen van onschuldige burgers, het voorkomen van een humanitaire crisis. Simpeler gezegd: de grote jongens komen op voor de zwakkeren. Met dit frame wordt tegelijkertijd ontkend dat het om eigen belangen draait (grondstoffen of controle over de regio?). Het frame selecteert het één en sluit het ander uit. Obama kiest zorgvuldig framende taal die dit doel dient:


'Left unchecked, we have every reason to believe that Qaddafi would commit atrocities against his people. Many thousands could die. A humanitarian crisis would ensue. The entire region could be destabilized, endangering many of our allies and partners. The calls of the Libyan people for help would go unanswered. The democratic values that we stand for would be overrun. Moreover, the words of the international community would be rendered hollow.


And that’s why the United States has worked with our allies and partners to shape a strong international response at the United Nations. Our focus has been clear: protecting innocent civilians within Libya, and holding the Qaddafi regime accountable.(…) Our decisions have been driven by Qaddafi’s refusal to respect the rights of his people, and the potential for mass murder of innocent civilians.'

Afghanistan 2001: War on Terror

De oorlog in Afghanistan na de aanslagen op 9/11 werd door voormalig President Bush op een hele andere manier geframed. De context was totaal anders en de taal daarmee ook. Het omver werpen van het regime in Afghanistan had werd geframed als het uitroeien van ‘evil’ en ‘terror’. Afghanistan was een brandhaard van terroristen en deze moesten uit hun grotten gerookt worden. Deze framing gaat zo ver dat het niet eens meer draait om slechte machthebbers of terroristen, maar het vernietigen van een evil ideologie: die van terror. Dit angstbeeld van de overheersing van terror is overweldigend en het is niet vreemd dat er zoveel voorstanders waren voor de invasie. Net zoals Obama koos ook Bush zorgvuldig zijn woorden, om het contrast tussen Good (US) en Evil (terroristen) duidelijk te maken en zo de invasie te rechtvaardigen:


'Freedom and fear are at war. The advance of human freedom, the great achievement of our time and the great hope of every time, now depends on us. Our nation, this generation, will lift the dark threat of violence from our people and our future. We will rally the world to this cause by our efforts, by our courage. We will not tire, we will not falter and we will not fail.


(…) I will not forget the wound to our country and those who inflicted it. I will not yield, I will not rest, I will not relent in waging this struggle for freedom and security for the American people. The course of this conflict is not known, yet its outcome is certain. Freedom and fear, justice and cruelty, have always been at war, and we know that God is not neutral between them.'

Geweldframes

In beide gevallen putten de presidenten uit een totaal andere context, zodat er ook andere taal uit volgt. In beide gevallen is er gekozen voor een zorgvuldig frame om het militair ingrijpen te kunnen rechtvaardigen. Er wordt in beide gevallen sterk ingezet op culturele kernwaarden. Bush grijpt terug naar herkenbare gevoelens van good-versus-bad, waarin het verdelgen van de ander een logisch gevolg wordt. Obama zet in op bescherming en het doen van het juiste. Waar Bush op angst inspeelt, speelt Obama juist in op het positieve: opspringen als iemand om hulp vraagt. In beide gevallen zorgen deze krachtige waarden ervoor dat de context in het gewenste frame worden geïnterpreteerd.



De geschiedenis heeft laten zien dat het frame van Bush niet onkwetsbaar is gebleken. Hoe deze resolutie zal uitpakken voor het frame van Obama zal de aankomende tijd moeten gaan blijken.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?