Hoe te framen deel 1: het idee-fundament

7 december 2010

Goede frames komen niet vanzelf. Een pijnlijke, maar ook belangrijke realiteit.


Het is niet zo dat een boodschap automatisch geladen wordt met kloppende en ondersteunende frames. Dat is een proces waar in geïnvesteerd moet worden, maar dat wel een langdurig relevant resultaat oplevert als het goed aangepakt wordt. Wat frames zijn en wat het nut ervan is, hebben we in een eerdere post beschreven. Nu bieden we een drieluik over het vormen van goede frames. In dit eerste deel: het idee-fundament.

Goede ideeën voor goede frames

In de eerste plaats is het noodzakelijk om stil te staan bij het onderwerp waar een frame bij gezocht wordt. Gek genoeg is het gebrek aan coherente frames ook vaak een symptoom van een gebrek aan goede, duidelijke en gefocuste ideeën over het onderwerp. Stel dus eerst het onderwerp vast en bedenk het bijbehorende standpunt. Definieer, selecteer en concretiseer. Stel de volgende vragen: waar gaat het over, waarom gaat het daar over en voor wie is dat belangrijk? Ook: wat is het juiste morele oordeel over dit onderwerp? Iedereen die wel eens met een fototoestel heeft gewerkt weet dat de eerste (en belangrijkste) keus van de fotograaf is wat hij in een foto vastlegt en wat hij buiten beeld laat. Pas wanneer deze kernboodschap duidelijk is, kan er een passend frame bedacht worden, aangezien een frame in één lijn moet liggen met de boodschap.

Frames achter goede ideeën

Een belangrijke aanname, namelijk dat neutraal taalgebruik niet bestaat, leert al snel dat een kernboodschap niet te vormen is zonder al een beroep te doen op interne frames. Dat geeft niet. Het gaat erom dat deze verborgen frames geëxpliciteerd kunnen worden. Kijk kritisch naar de veronderstellingen, (causale) verbanden en de woorden die in deze kernboodschap staan. Mogelijk zijn er zelfs verschillende frames opgesloten in zo’n korte kernboodschap.


Het moment dat er een passende kernboodschap is gevormd, is een terugkoppelmoment. Welk moreel oordeel is opgesloten in de gebruikte woorden en verbanden in de kernboodschap? Geeft de boodschap antwoord op alle vragen? Ook belangrijk: gaat de boodschap over het moreel oordeel dat passend is voor de eigen kant? Of gaat het eigenlijk over wat je er níét van vindt. Tip: een kernboodschap moet altijd gaan over wat men wél vindt, voelt of wil. Een actieve (en meestal positieve) boodschap is sterker dan een passieve, verdedigende of negatieve boodschap. Natuurlijk zijn hier uitzonderingen op, maar dat geldt alleen voor zaken waar een groot maatschappelijk draagvlak voor is, of wat appelleert aan grootste emoties zoals angst. In de regel is een positieve (ik-)boodschap het meest wenselijk.

Voorbeeldframes: WikiLeaks

De NOS zegt het volgende over WikiLeaks: ‘WikiLeaks is een website opgezet door journalisten, wetenschappers en dissidenten, die allerlei soorten geheime documenten van overheidsinstellingen en bedrijven uit de hele wereld publiceert. Het bijzondere van de site is dat iedereen die zaken aanbrengt absolute anonimiteit wordt gegarandeerd. Klokkenluiders waar ook ter wereld kunnen zo risicoloos misstanden aan de kaak stellen.’


Op het eerste gezicht lijkt dit voor sommigen misschien een vrij neutrale definitie, maar dat valt bij nadere inspectie behoorlijk tegen. In de eerste plaats wordt het neergezet als een website ‘opgericht door journalisten, wetenschappers en dissidenten’. Naast dat dit geen logische opsomming is (een dissident kan ook een journalist of wetenschapper zijn), wordt hier de dissident dus recht tegenover de ‘overheidsinstellingen en bedrijven’ gezet (goed vs. slecht). De oprichter, Julian Assange, staat net zo goed bekend als een journalist als een succesvolle hacker (in de jaren ’80), dus de NOS heeft er (on)bewust voor gekozen om dit (door de meeste mensen negatief beoordeelde) aspect niet te benoemen. Deze keuze heeft invloed op de framing van de boodschap.


Het tweede interessante in deze NOS-uitspraak is het volgende: ‘risicoloos misstanden aan de kaak stellen’. Hiermee lijkt de NOS een moreel oordeel te vellen over de inhoud van de site. Het zijn niet alleen geheimen die blootgegeven worden, maar het zijn geheimen over misstanden. Technisch gezien is niet elk geheim een misstand, dus de NOS koppelt hier geheim – misstand.


Op de website van Elsevier wordt WikiLeaks op een hele andere manier geframed: ‘WikiLeaks, de klokkenluiderssite die zelf alles doet om zijn financiering en identiteit van zijn medewerkers geheim te houden, publiceert sinds 2006 gelekte documenten met als doel overheden en bedrijven te dwingen tot meer openheid.’


Naast dat er hier veel meer nadruk wordt gelegd op het ‘klokkenluiden’ dan bij de NOS, wordt er hier in de definiëring ook een sluipend moreel oordeel geveld, dankzij het contrast: hoewel ze overheden dwingen tot meer openheid, zijn zij zelf niét bereid tot openheid. Het ‘geheim’ wordt dus met name toegeschreven aan WikiLeaks zelf. De overheden daarentegen worden op geen enkele manier gekoppeld aan ‘misstanden’: zij noemen het ‘gelekte documenten’. Daarbij gebruikt Elsevier hier het werkwoord ‘overheden en bedrijven te dwingen’ (vergelijk: kunnen misstanden aan de kaak stellen). Daardoor wordt het patroon van goed vs. slecht in deze boodschap omgedraaid: WikiLeaks is hier slecht, de overheden goed. Dankzij het woordgebruik en de taalverbanden, wordt er een beroep gedaan op een totaal ander frame dan de NOS gebruikt.

En dan?

Uit de twee besproken definities blijkt dat een definitie al een sterk framende werking heeft. Daarom is het belangrijk om zo’n definitie of kernboodschap zelf te vormen en met terugwerkende kracht te kijken naar de onbewuste framende informatie die er in voorkomt. Dan kan beoordeeld worden of dit eigenlijk wel wenselijke sturing is. Zo ja, dan kan het uitgebreid worden, zo niet, dan kan op iets anders ingezet worden. In de volgende post zullen we ingaan op het actief vormen van het narratief van een frame, dat bewust ingezet kan worden om de kernboodschap (en alle communicatie natuurlijk!) mee te versterken. In het laatste artikel van dit drieluik gaan we in op het uitdragen van een frame met specifieke communicatietechnieken.


Zit u verlegen om inzicht in uw frames of snakt u naar nieuwe frames? Wij geven trainingen en workshops over dit thema, maar helpen ook bij het ontwikkelen van frames. Tijdens een training bespreken we de theoretische basis van framing met behulp van voorbeelden en bereiden we een aantal specifieke relevante (op bestelling mogelijk) cases voor. Neem contact op voor de mogelijkheden.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?