Stakende docenten: neem een sterk frame mee!

5 november 2019

Woensdag 6 november wordt er gestaakt door het primair onderwijs, al was er even onduidelijkheid of deze staking nog wel door moest gaan. Er werd namelijk al geld beloofd door het kabinet: 460 miljoen. Na enig gesteggel werd duidelijk; het was niet genoeg. De verwachting is dat 3.700 scholen de deuren sluiten. Het is niet de eerste keer dat deze mensen voor hun zaak opkomen. Maar voorlopig bleef het echte succes uit. Wij geven ze graag deze twee framing-waarschuwingen mee!


Laat het niet alleen over geld gaan

De eerste valkuil, waar de boeren zorgvuldig van wegbleven, is als de staking alleen over geld zou gaan. We lazen op NU.nl al een kop waar je als communicatieprofessional de kriebels van krijgt: ‘Waarom zijn de leraren niet blij met 460 miljoen van het kabinet?’ Meer geld voor de sector en een beter salaris is geen aantrekkelijk frame om sympathie mee te wekken. Want als 460 miljoen (!) het probleem niet oplost, dan wordt het ineens erg abstract en misschien zelfs een gevoelsmatige bodemloze put. Daarbij is er ook een deel van Nederland dat vindt dat een lerarensalaris helemaal niet zo beroerd is in vergelijking met hun eigen inkomen, dus bij hen komt de boodschap dan verkeerd aan: ‘wat zeuren ze nou?’


Dan de boeren. Zij spraken vooral over ‘waardering’ en ‘trots’ dat ze misten. Een framingstrategie die jaren geleden ook succesvol werd gehanteerd in de beruchte schoonmakerscampagne vanuit de FNV. In plaats van te vragen om meer salaris, vroegen ze om meer respect. En een van de dingen waarmee je dat uitdraagt is een fatsoenlijk loon. Ineens ben je niet meer de zoveelste burger die z’n handje ophoudt, maar vraag je om iets dat niet meer dan redelijk is.

Versterk niet je eigen ‘imagoprobleem’

Een van de dingen die geregeld worden benadrukt is het dat het niet goed gaat in onderwijsland. Een woordvoerder van de AOb zegt daarover: 'Het vak kampt met een enorm imagoprobleem. Door een structurele salariëring neem je een groot struikelblok bij de werving van nieuwe leraren weg. Een deel van het geld kan ook worden gebruikt om klasseassistenten aan te nemen, die kunnen helpen de werkdruk weg te nemen. Dat gebeurt nu al, maar over het algemeen worden die binnen een week onbevoegd voor de klas gezet om de docententekorten op te vangen.' Hoe begrijpelijk deze inhoud ook is, onbewust en onbedoeld draag je met zo’n boodschap ook bij aan het vergroten van het probleem. Want wat blijft het meeste hangen? Weinig geld, werkdruk en onbevoegde collega’s. Wie wil daar nog bij horen? Natuurlijk moet je urgentie creëren, zodat de overheid gaat investeren. Maar het onbedoelde neveneffect is dat je hiermee zelf het vak nog onaantrekkelijker maakt. Want zelfs al komt er ruim voldoende geld, de negatieve perceptie blijft nog langer hangen.


En dan? Moet je dan niet vertellen hoe penibel de zaak is? Natuurlijk wel! Alleen is de kunst om niet bij de problemen in het hier en nu te blijven, maar ook juist de aandacht te richten op de negatieve consequenties. Wat verliezen we als we onvoldoende investeren in onderwijs voor de jeugd? Of juist: wat valt er te winnen? En wie wint daarbij? Nu lijkt de discussie – in ieder geval in de media – nog vaak te gaan over de docenten die tekortkomen. Die veel te veel op hun bordje krijgen en ook nog eens voor een te laag salaris. En dat is erg. Absoluut. Maar wat zou er gebeuren als niet die docent, maar de kinderen die ze doceren in de hoofdrol zouden komen als slachtoffer in het dominante frame morgen? Dan zou de publieke verontwaardiging nog een stuk groter kunnen worden.



Succes docenten, laat je horen!

Zelf de kunst van het framen écht goed leren inzetten? Schaf dan ons nieuwe boek aan: Word Meesterframer!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?