Linkse frames volgens Bosma

21 juli 2011

Iedereen kent Martin Bosma van zijn taal: islamisering, kopvoddentax, het kalifaat van de multikul, massa-immigratie, Linkse Elite. Dat staat allemaal in de krant dankzij Martin Bosma, de grote ideoloog van de PVV en tevens de succesvolste framingspecialist van Nederland. In zijn boek (De schijn-élite van de valse munters) staat een indringende passage over hoe hij aankijkt tegen de linkse framing van de afgelopen decennia. Interessant om het eens van zijn kant te kunnen bekijken, ondanks dat we er totaal niet achter staan.


Linkse framing

Bosma (pagina 237-238): “Ook in multiculti-Nederland is taal een manier om het denken te beïnvloeden. Door het gebruik van woorden en termen en het kaderen van begrippen wordt ons de denkwereld van de multi-culturalistische elite opgedrongen. Het proces van massa-immigratie wordt steeds gepresenteerd als een verrijking, dan wel een onvermijdelijk iets. Ons wordt geleerd de massa-immigratie en de islamisering te vatten met positieve associaties.


Er is inmiddels een hele woordenlijst samen te stellen van politiek correct taalgebruik. Woorden als diversiteit, duurzaamheid, islamfobie, Nieuwe Nederlanders, fundamentalisme, islamisme, bruggenbouwer, solidariteit. Het zijn allemaal codewoorden van de multiculturele heilstaat. Ze betekenen over het algemeen niets of verhullen de wens de feiten te vermijden. In het multiculturele woordenboek wordt een probleemwijk een ‘krachtwijk’. Wie zegt: ‘Nederland is een open en internationaal georiënteerd land’, bedoelt meestal: ‘de deur moet open blijven’. Polygamie heet voortaan ‘een gevarieerde familieband’. Als er sprake is van veel allochtonen, heet dat ‘diversiteit’, een term die suggereert dat zonder allochtonen de mensen allemaal hetzelfde zijn.


Het meest succesvol is het woord ‘integratie’. Dit woord is volledig geaccepteerd en synoniem geworden met alles wat het gevolg is van de massa-integratie. Een gouden greep. Gevolg: alles wat allochtonen doen vindt plaats in het kader van de ‘integratie’. Daarmee is de elite erin geslaagd het grote einddoel als iets vaststaands te formuleren. We moeten alle incidenten begrijpen in het kader van de rooskleurige eindsituatie: integratie. Wat ‘integratie’ eigenlijk betekent, weet niemand. (…)


Inmiddels gaat een aantal woorden met pensioen. (…) Ook het woord ‘allochtoon’ heeft zijn beste tijd gehad. Het werd gelanceerd door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, ter vervanging van woorden die een te negatieve bijklank hadden gekregen, zoals ‘buitenlander’.


Alternatieven zijn er nog niet echt. De Partij van de Arbeid heeft zelf inmiddels gekozen voor ‘Nieuwe Nederlander’, ook al een happy-go-lucky-term die duidelijk moet maken dat er weliswaar hier en daar wat probleempjes zijn, maar dat de voormalige allochtoon als zijnde ‘Nieuwe Nederlander’ inmiddels op weg is naar zijn ‘integratie’.”

Taal als frontlijn

In het eerste deel van de passage heeft Bosma het over het ‘kaderen van begrippen’ om ‘het denken te kunnen beïnvloeden’: aha, framing! Daarna geeft hij in de rest van de passage een overzicht van de woorden en narratieven die door links zijn opgeworpen om de Nederlander op die manier te laten denken. Als ervaren campagneleider en lettervreter (hij verslond alles over Bob Shrum, Karl Rove, Lee Atwater en Peggy Noonan) weet Bosma heel goed hoe krachtig taal kan werken. Het is niet voor niets dat hij de taal als ‘frontlijn’ (pagina 67) heeft bestempeld in de PVV-strategie.



Uit deze passage uit zijn boek blijkt hoe minutieus Bosma geluisterd heeft naar de taal van zijn tegenstanders om te weten hoe de frontlijn er voor hem precies bij ligt. Er blijkt uit hoe zeer hij taal niet alleen als neutraal gebruiksvoorwerp ziet, maar als een machtig wapen in de politieke strijd. En dat heeft hij goed gezien.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?