Framing van daders & slachtoffers in het nieuws

7 juli 2014

Welke keuzes een journalist maakt bij het schrijven van een nieuwsbericht heeft een grote invloed op onze perceptie. Dankzij bijvoorbeeld de signatuur van de krant waar hij of zij voor schrijft, de grootte van het artikel en de invalshoek waar vanuit het artikel wordt geschreven, kan een nieuwsfeit in elke krant een compleet ander verhaal vertellen.


Nieuwsberichten zijn altijd een product ontstaan uit allerlei onvermijdelijke keuzes en zijn daarom nooit simpelweg een afspiegeling van de werkelijkheid. Één van die aspecten, het neerzetten van daders en slachtoffers, belichten we in dit artikel.

Journalisten dragen bij aan onze blik op de werkelijkheid

Hoe een verhaal verteld wordt, draagt bij aan wat we vinden van de personages in dat verhaal. Een van de dingen waar journalisten de perceptie van de lezer sturen, is bij het beeld dat wordt geschetst van de hoofd- en bijrollen in een nieuwsverhaal. Veel verhalen schetsen een probleem, waarbij er meestal sprake is van een veroorzaker en een slachtoffer (al blijft die vaker impliciet). Op welke manier die daders en slachtoffers worden geschetst, bepaalt wat wij lezers van ze vinden. In de meeste gevallen kennen we ze immers niet persoonlijk en is het nieuws onze enige bron van informatie. Zoals mediaonderzoeker Willem Koetsenruijter het stelt: nieuws heeft de kracht om onze sociale realiteit te vormen (2013, in: Verbal and visual rhetoric in a media world).

Ideale daders en slachtoffers

Elk verhaal kan op talloze manieren verteld worden. Journalisten raadplegen bronnen om het perspectief te vinden dat zij het meest waarachtig, nuttig en interessant vinden. Het zit in de menselijke aard om het liefst naar verhalen te luisteren die we ervaren als logisch en passend bij de stereotypen die in ons brein zitten ingebakken. Dat heeft als consequentie dat bijvoorbeeld in het geval van criminaliteit vaak ideale daders en slachtoffers veel media-aandacht krijgen. Nieuws waarin daders en slachtoffers niet stroken met onze stereotype ideeën, is moeilijker te verkopen en verdwijnt snel weer uit de krant.


Die ‘ideale daders’ zien eruit zoals je ze verwacht: groot en sterk, gemeen en onpersoonlijk. Het ‘ideale slachtoffer’ daarentegen is onschuldig en heeft zelf geen aandeel in datgene dat hem of haar overkwam. In nieuwsberichten worden vaak beelden geschetst die bijdragen aan de stereotypering. Zo werd Lucia de B. toen ze nog schuldig leek te zijn vaker als onaantrekkelijk en geïsoleerd geportretteerd, zowel in woord als in beeld (Koetsenruijter 2013). Het afkorten van haar naam heeft al een afstandelijk effect! Toen duidelijk werd dat deze verpleegster slachtoffer was geworden van een gerechtelijke dwaling, veranderde het beeld: ze werd ineens afgebeeld met familieleden die eerder niet belicht werden en lazen we persoonlijke verhalen die vanuit haar perspectief werden verteld. Natuurlijk waren er veel mensen die eerder twijfelden aan haar schuld, maar het mediabeeld schetste lange tijd wel een afstandelijk en negatief beeld. Als een slechterik als stereotype ‘slecht’ wordt neergezet, is het voor ons lezers moeilijker om zelf een (ander) oordeel te vellen.

Holleeder Hood en een getergde Pistorius

In sommige gevallen kan het frame van een dader omslaan naar een soort Robin Hood-achtig beeld. Dat was het geval bij de Heinekenontvoering, stellen onderzoekers Lanjouw en Burger (2013, in: Verbal and visual rhetoric in a media world). Toen de zaak net bekend werd, waren het vooral Heineken en zijn chauffeur die als slachtoffers de verhalen bepaalden. Maar Heineken was geen ideaal slachtoffer, door zijn kapitaal en faam. Daarom was er ruimte voor een beeld van de kidnappers van gewiekste durfallen die een van de rijkste mensen van Nederland bestalen. Dat ze naar Frankrijk vluchtten en het rechtssysteem lange tijd te slim af waren, versterkte dit frame. Het feit dat er jaren later een film is gemaakt met hen in de hoofdrol laat zien dat het een verhaal is dat we aantrekkelijk vinden.


Een actueel voorbeeld is de zaak van oud-atleet Oscar Pistorius. Hij staat terecht voor de moord op zijn vriendin. Hij wordt ervan verdacht dat hij haar heeft doodgeschoten na een ruzie. Hij claimt zelf dat hij dacht dat ze een inbreker was en dat het een tragisch ongeluk is waar hij zelf ook onder lijdt. De meningen of hij het gedaan heeft lijken verdeeld als je de berichtgeving leest. Het ene moment wordt hij meer neergezet als ideale dader (gewelddadig, agressief, berekenend) en het andere moment zien we foto’s van een gebroken man (snotterend en mentaal ingestort) die verder moet leven met het idee dat hij verantwoordelijk is voor de dood van zijn geliefde. Het laatste nieuws is dat men vreest dat hij suïcidaal is. Dat past toch beduidend beter in het stereotype van slachtoffer dan dader. En dan dringt zich de vraag op: is het zo of voelt deze atleet dankzij zijn media-ervaring aan hoe hij de publieke opinie het best kan bespelen? In het nieuws is hij nog niet definitief veroordeeld!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?