Onvermijdelijke associaties in crisiscommunicatie

5 juni 2014

Géén paniek. Ik herhaal: er is géén gevaar; u hebt géén reden om bang of bezorgd te zijn. Dit laat zien hoe lastig crisiscommunicatie kan zijn. Want hoe breng je de boodschap over dat mensen zich niet onveilig hoeven te voelen?


Een ontkenning van gevaar kan namelijk alsnog de ongewenste associatie met gevaar en onveiligheid oproepen. Daarnaast zijn sommige associaties nou eenmaal onvermijdelijk. Wie kan er spreken over een kernramp zonder de beelden van Tsjernobyl op te roepen? Het is lastig, maar zeker niet onmogelijk om strategisch met deze associaties om te gaan.



Denk niet aan Chemie-Pack

Bovenstaande sketch van John Cleese laat je meteen ervaren hoe listig ontkenningen zijn. Ze kunnen maar beter vermeden worden. Zo wordt ook duidelijk uit de communicatie na de brand in Moerdijk van afgelopen week. Enkele uren na het uitbreken van de brand legt burgemeester Jac Klijs een verklaring af tijdens een persconferentie. De brand moet volgens hem niet worden vergeleken met de brand bij Chemie-Pack.


Dat is een interessante uitspraak. Want hoe werkt zo’n ontkenning in ons brein? Let maar op: Denk niet aan de brand bij Chemie-Pack. Denk vooral niet aan de 23.5000 liter aan giftige en brandbare stoffen die toen zijn vrijgekomen. En denk ook niet aan de 70 miljard aan schade die toen is opgelopen. Grote vuurballen en explosies, milieuvervuiling en een aanslag op volksgezondheid? Denk daar maar eens niet aan.


Het effect is duidelijk. Ondanks de negatie worden er door de vergelijking alsnog herinneringen en associaties geactiveerd. Gezien de ernst van de brand bij Chemie-Pack, zijn deze associaties niet heel geschikt om mensen gerust te stellen. Kranten nemen de vergelijking met Chemie-Pack over, en het effect hiervan wordt duidelijk de reacties op sociale media. Weer zo’n grote ramp, weer in Moerdijk? Zijn er weer giftige stoffen vrijgekomen? Worden we weer in het donker gehouden en niet op tijd geïnformeerd? De vergelijking roept meer vragen op dan het geruststelling brengt.

Concretiseren door vergelijking

Het is misschien niet de meest strategische keuze om Chemie-Pack ter sprake te brengen, maar wel een voor de hand liggende vergelijking. De brand uit 2011 vond immers plaats op hetzelfde industriegebied en staat voor veel inwoners nog vers in hun geheugen gegrift. Daarnaast is het maken van een vergelijking belangrijk om de situatie te concretiseren. Een chemische brand met explosies op een industriegebied is een abstracte situatie, waarvan maar moeilijk de omvang en gevaar kan worden ingeschat. Een vergelijking is dan een logische manier om de situatie te kunnen duiden. De keerzijde hiervan is wel dat de vergelijking een sterk sturend effect heeft in de interpretatie van de situatie.

Onvermijdelijke associaties

Is het daarom onverstandig om de vergelijking te maken? Niet per definitie. Het is gezien de overeenkomsten tussen de branden logisch dat de associaties al zijn geactiveerd. De associatie met Chemie-Pack lijkt onvermijdelijk. Zou Chemie-Pack tijdens de persconferentie niet worden genoemd, zou dit wel eens het idee kunnen opwekken dat er dingen worden achtergehouden. Het is daarom verstandiger om de vergelijking en associaties niet te vermijden, maar deze te erkennen en zo positief mogelijk te reframen. Welke negatieve associaties zijn er en waar zitten de grootste pijnpunten? Op die punten liggen de mogelijkheden om druk van de ketel te halen.


Het grootste litteken van de brand bij Chemie-Pack is natuurlijk dat mensen slecht geïnformeerd waren over de gevaren van de vrijgekomen chemische stoffen. Dit doofpot-frame weet Jac Klijn te onderscheppen door betrokkenheid te tonen en te laten zien open over de situatie te willen spreken. Dit doet hij door de associaties en mogelijke angsten te expliciteren. Hoewel de branden niet vergelijkbaar zijn, is het volgens hem wel heel begrijpelijk dat mensen deze associatie leggen. Ook hij was geschrokken toen hij hoorde van een brand bij Shell, maar gelukkig is er geen reden voor bezorgdheid.


Ook de vergelijking met Chemie-Pack weet hij op een verstandige manier in te zetten. Tijdens de persconferentie verlegt hij de focus op het adequaat handelen van de brandweer, en de snelle en duidelijke communicatie. Ook in dit opzicht is de brand niet te vergelijken met Chemie-Pack. Sterker nog: het is dóór de brand bij Chemie-Pack dat ze bij deze brand zo alert hebben kunnen reageren. Ineens zijn de associaties met Chemie-Pack niet eens zo heel negatief meer.



Dit artikel werd geschreven door Sibel Sukan, stagiair bij Taalstrategie.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?