Drieluik over vuurwerkframing deel 3: zelf aan de gang met vuurwerkframing

29 november 2021

In de vorige artikelen hebben we je laten zien welke frames we in het publieke debat hebben gevonden én wat je nu in het nieuws kunt zien gebeuren. Interessant om te weten en handig als je een discussie over vuurwerk verder wilt uitpluizen. Maar waar moet je nou op letten als je zélf goed beslagen ten ijs wilt komen bij het volgende gesprek over vuurwerk? Daar zoomen we deze keer op in.


Stapelen maar!

Er wordt bij dit onderwerp opvallend veel ‘gestapeld’ met frames. Dat betekent dat mensen vaak meer dan één frame gebruiken om hun mening mee te onderbouwen. Dat kan en hoeft op zich geen probleem te zijn, zolang de met elkaar gecombineerde frames qua redenering en conclusie goed bij elkaar passen. Zo is bijvoorbeeld het 'Vervuiling en afval'-frame goed te combineren met het 'Kostenpost'-frame en laat het 'Feestelijke traditie'-frame zich makkelijk samen gebruiken met het 'Betuttelende overheid'-frame. Met name de tegenstanders van vuurwerk (en dus de voorstanders van restricties of een verbod) lijken opvallend veel te stapelen. De bedoeling van dat stapelen is een versterkend effect: duidelijk maken dat er zó veel nadelen en risico’s aan vuurwerk kleven dat het onverantwoord is om het nog langer (particulier) toe te staan in de Nederlandse samenleving.


Zolang de frames elkaar niet tegenspreken maar op elkaar voortbouwen, kunnen ze gezamenlijk worden ingezet zonder aan overtuigingskracht in te boeten. Maar: het is niet per se het geval dat men zo’n stapel van frames ook overtuigender vindt dan focus op een enkel frame. ‘Hoe meer hoe beter’ gaat zeker niet zomaar op als het om framing gaat. Soms kan juist focus op één aspect ook een sterk overtuigende werking hebben. Sta stil welk van de frames de meeste impact op je ontvanger zou kunnen hebben en zorg dat hier de grootste focus op komt te liggen.

Soms is het beter om niet te reageren binnen dezelfde waarde

Sommige frames sluiten elkaar systematisch uit, omdat ze naar een andere conclusie toe sturen binnen hetzelfde uitgangspunt. Als twee mensen in een gesprek dat soort frames gebruiken die niet bij elkaar passen (zie onze opsomming hieronder), dan zullen ze elkaar waarschijnlijk niet goed begrijpen. Dat komt omdat ze deels dezelfde feiten en zelfs dezelfde redenering zullen gebruiken, maar daaruit toch volstrekt tegengestelde conclusies trekken. In sommige gevallen zullen mensen het zelfs niet doorhebben als zij toch echt een ander uitgangspunt (frame) hanteren, waardoor er juist extra onbegrip ontstaat over hoe die ander nu bij díé conclusie kan aanbelanden.


  • 'Kostenpost' vs. 'Verdienmodel' – deze frames zijn we in het vorige artikel al tegengekomen: ze focussen allebei op geldzaken, maar waar het 'Kostenpost'-frame inzet op strengere regelgeving of een verbod, zet het 'Verdienmodel'-frame het geldargument in als reden om juist door te gaan met vuurwerkverkoop. Waar de ene framegebruiker spreekt over verspilling en schade, zal de ander juist oog hebben voor de winst. De kosten van vuurwerk worden in dit laatste frame dan ook niet als ‘zonde’ gezien, maar als winst of een afweging waarbij het probleem zichzelf als het ware juist oplost.


  • 'Overlast' vs. 'Verbod heeft geen zin' – het 'Overlast'-frame gaat ervan uit dat vuurwerk een steeds groter probleem is en steeds meer overlast veroorzaakt. Dat erkent het 'Verbod heeft geen zin'-frame ook, alleen wordt er binnen de redeneringen van deze frames naar twee verschillende handelsperspectieven gestuurd: waar het 'Overlast'-frame handhaving en/of een verbod juist als een mogelijke oplossing ziet, stelt men binnen het 'Verbod heeft geen zin'-frame juist dat dit helemaal niet gaat helpen.


  • 'Feestelijke traditie' vs. 'Alternatieven wennen' – deze frames zijn incompatibel, omdat ze de waarde van vuurwerk op een heel andere manier wegen. Voor degenen die 'Feestelijke traditie' hanteren, is het namelijk volstrekt ondenkbaar dat er géén vuurwerk aanwezig zal zijn bij de jaarwisseling. Vuurwerk wordt door de gebruikers van dit frame niet alleen geassocieerd met feestvieren, maar ook met samenzijn met vrienden en geliefden en samen bijzondere herinneringen creëren. Men verwijst vaak naar toen ze zelf jong waren en hoe zij het vuurwerk afsteken beleefden en beleven. Dat gevoel wil men graag doorgeven aan, en meemaken met hun eigen gezin. De jaarwisseling is in hun ogen speciaal, juist omdat we er vuurwerk bij mogen afsteken. Het is het enige moment in het jaar dat het mag en dat bijzondere moment moet je koesteren. Tja, nogal logisch dat deze framegebruikers niet akkoord gaan met een droneshow of een georganiseerde vuurwerkshow op een centrale plek, zoals vaak binnen het 'Alternatieven wennen'-frame wordt geopperd.


  • 'Betuttelende overheid' vs. 'Beschermheer' ­– het 'Betuttelende overheid'-frame hebben we in het eerste artikel besproken: hierin staat centraal dat de overheid zich vooral niet overal zo mee moet bemoeien en dat een beetje risico bij het leven hoort. Hier lijnrecht tegenover staat het 'Beschermheer'-frame, waarbij juist een oproep wordt gedaan aan de overheid om meer verantwoordelijkheid te nemen. Zij moet ons beschermen tegen gevaarlijke praktijken. Het is de tegenovergestelde redenering dan die in het 'Betuttelende overheid'-frame wordt gehanteerd, waarbij de rolverdeling bij beide frames compleet anders wordt ingevuld. Waar de overheid bij het ene frame groot en ongewenst is, is diezelfde overheid binnen het andere frame juist klein en achtergesteld.


Het neutraliseren van frames kan alleen door ruimte te bieden aan nieuwe frames, dus door (deels) te reframen. Hoe toon je een tegenstander van vuurwerk wat de meerwaarde ervan is? Of hoe toon je een voorstander juist waarom een inperking of zelfs totaalverbod een goed idee is? Wat snel kan gebeuren, is dat men naar het tegenframe grijpt (zie de paartjes in de opsomming hierboven). Zo’n tegenframe komt precies op de tegengestelde conclusie uit en precies daarom heeft het weinig zin om een frame met het bijbehorende tegenframe te proberen te neutraliseren. Je volgt immers nagenoeg dezelfde narratieve route, maar je vraagt de gebruiker om bij een compleet andere conclusie uit te komen. De kans dat iemand dan toch weer bij zijn ‘eigen’ conclusie belandt, is dan natuurlijk zeer groot. Meer impact heb je waarschijnlijk als je bij een ander startpunt begint: een andere waarde als uitgangspunt kan wellicht een nieuwe zichtlijn mogelijk maken.

Haal dichtbij, maak concreet

Wil je iemand echt overtuigen? Zorg er dan voor dat je luisteraar het met je meebeleeft. Dat bereik je onder andere door ervoor te zorgen dat jouw verhaal makkelijk voor te stellen is. Persoonlijke ervaringen zijn vaak erg concreet en hebben een enorme plakkracht: als je in een straat woont met veel vuurwerkoverlast, dan is het te verklaren waarom het 'Overlast'-frame steeds dominanter wordt in je hoofd. Maar woon je in een straat zonder incidenten en waar de buren elkaar gemoedelijk opzoeken op straat, dan zal het 'Feestelijke traditie'-frame meer voor de hand liggen. Om deze verhalen te voorzien van een serieus concurrerend verhaal, ligt de lat dus hoog. Het verhaal waar je mentale aandacht voor vraagt, moet dus ook zeer voorstelbaar, herkenbaar en/of dichtbij zijn.


Hoe levendiger je verhaal wordt verteld, hoe meer plakkracht het frame kan krijgen. Dat betekent dat ingezoomde verhalen gemakkelijker blijven hangen dan onpersoonlijke verhalen over groepen, categorieën of systemen. Ook hebben voorbeelden meer impact dan algemene beschouwingen. Hoe abstracter en uitgezoomder het verhaal, hoe minder er van jouw frame blijft hangen.


Laatste tip. Wat je ook wilt framen en hoe je dat ook doet, vergeet niet om ook naar de ander te luisteren. Discussie is goed, maar aan ruzie heb je niks.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?