De ellende die troonrede 2013 heet

17 september 2013

Oh oh oh die troonrede. Het blijft toch een toespraak die nauwelijks het label ‘toespraak’ verdient. Dit jaar begon hoopgevend: een nieuwe koning die – warempel – op een persoonlijke en warme manier begon. Maar het bleef bij dat begin.


Vervolgens werd het namelijk een beleidsstuk waar je U tegen zegt. De leek zou zeggen: ‘Waar gaat dit over’ en de retoricus zou antwoorden: ‘Over alles waar je in een toespraak niet over moet spreken’. Hier word je niet vrolijk van. En dan hebben we het niet alleen over de inhoud, maar ook over de opbouw en de toon.

Het genre helpt niet mee aan de kwaliteit

Nou moeten we er eerlijk bij zeggen, de troonrede is ook traditie waar bijna niemand zijn ei kwijt kan. Het schrijven van de toespraak gaat als volgt. Eerst wordt inhoud opgehaald bij de diverse ministers. Je begrijpt, iedereen wil daar zijn eigen paradepaardje insmokkelen en allen doen hun plasje erover. Dat levert natuurlijk al een ratjetoe op, waar dan een soort van rode draag doorheen gesponnen moet worden. Niet de beste basis om een speech mee te gaan schrijven. Dan begint de schrijver namelijk met de vraag: ‘Wat is de essentie van wat ik wil overbrengen?’. Die luxe heeft men niet bij deze troonrede.


Daarna gaat het naar de premier, in dit geval Mark Rutte, die er al dan niet geholpen een beetje een fatsoenlijk verhaal van maakt. Wikken en wegen en zorgen dat niemand zich miskend voelt. Daarna krijgt de koning het onder ogen en die mag de meest onuitspreekbare zinnen een beetje bijbuigen. Of er nog inhoudelijke discussie plaatsvindt, dat valt te bezien. Onze Taal denkt na over de kwaliteit van het Nederlands (Plaats hier je eigen favoriete grap over het Koningslied) en dan zijn we er wel zo’n beetje. Al met al wordt er met weinig liefde aan gewerkt en is het vooral een politieke speech. Niet één waar vurige overtuigingskracht het doel is, maar juist pappen en nathouden.

De inhoud: beleid, beleid en nog eens beleid

De toespraak begon dus aardig. De koning gebruikte de inleiding (exordium) om te vleien (welwillend maken om verder te luisteren) en om iets persoonlijks neer te zetten. Hij bedankt Beatrix en bedankt ons, het volk, voor alle betrokkenheid bij zijn inhuldiging en bij het overlijden van Friso. 'Zo ken ik de Nederlanders ook', zegt hij, 'als een betrokken volk met tastbare eenheid.' Oké, dat is een mooie opmaat naar het slechte nieuws dat daarna gaat volgen.


Na deze inleiding herhaalt hij het standaardelement en tevens structuuraanduider ‘Leden van de Staten-Generaal’. Dan weet je als luisteraar: ‘Nou komt het’. Hij schetst de crisis en vertelt dat de gevolgen steeds voelbaarder worden. De voorbeelden die hij echter daarna geeft (aantal faillissementen loopt op, pensioenen staan onder water enz.) zijn helemaal niet ‘voelbaar’, maar juist heel abstract. Had hij gezegd: ‘Steeds meer mensen en bedrijven moeten gedwongen faillissement aanvragen, steeds meer mensen kunnen lijden verlies op hun huis en steeds meer mensen maken zich zorgen of hun pensioen nog wel genoeg is om fijn van te leven’, dan was het veel dichterbij gekomen.


Die tendens van abstractie blijft helaas in de rest van het verhaal overeind. Er volgt een lange, saaie lijst van maatregelen en beleid om Nederland sterker te maken in de toekomst. Hij vraagt om ‘doorzettingsvermogen’, maar doet helemaal geen emotioneel appel op de luisteraar waarom die zich zou inzetten voor de zaak. De kern van het verhaal is: hervormen is nu nodig, ongeacht of de crisis nu op zijn einde is, om Nederland krachtig te houden. Boring! Had dat nou meer gekoppeld aan de onoverwinnelijke aard van de Nederlander, waar hij mee begon! Dat is een aardig frame waar de meesten het mee eens zullen zijn en dus een goed vertrekpunt om pijnlijke maatregelen mee te verkopen. Maar helaas, het wordt nauwelijks uitgebuit. Er wordt alleen gezegd dat dit de tijd is voor een ‘participatiesamenleving’, een jargonwoord dat eigenlijk zoveel betekent als ‘Vadertje overheid zegt: zoek het uit.’ Tja, als je zo’n woord inzet moet je hem wel framen met concrete verhalen en beelden. Wat dus niet gebeurde.

De vorm: beleid, beleid en nog eens beleid

Onze excuses dat we zo negatief zijn. Dat is niet onze stijl. Maar we vinden dat deze troonrede echt een onvoldoende verdient. Er zit namelijk welgeteld één florissant stijlmiddel in dat de moeite waard is. En wel het allermakkelijkste stijlmiddel dat een retoricus voorhanden heeft: de drieslag. ‘In deze tijd willen mensen hun eigen keuzes maken, hun eigen leven inrichten en voor elkaar kunnen zorgen’. Daar kun je het niet mee oneens zijn, totdat blijkt dat daarom dús nog 6 miljard bezuinigd moet worden. Dan wordt het een ander verhaal.


Ook in de opbouw van de toespraak mankeert het een en ander. Aan het einde volgen namelijk ineens 4 ‘moetjes’: de EU, defensie, ontwikkelingshulp en de Caribische delen van het Koninkrijk. Daar willen ze het eigenlijk niet over hebben, maar die moeten er nou eenmaal echt in. 4 nagenoeg lege paragrafen qua inhoud en ook niet zo spannend om naar te luisteren. Er wordt nauwelijks teruggegrepen naar de rode draad van de toespraak en daardoor gaat het verhaal uit als een nachtkaars. Jammer! Godzijdank werd Koningin Maxima nog even genoemd, daar worden de meesten weer een beetje wakker van.


Nog een ding waar we niet vrolijk van werden: de overdaad aan getallen. Getallen zijn namelijk zelden aansprekend en worden vaak alleen als autoriteitsmiddel/rookgordijn gebruikt. Bij gebrek aan een mooi verhaal, gooit men er maar weer een percentage in. ‘Met ingang van 2014 wil de regering de maximale aftrek voor de eigen woning geleidelijk terugbrengen naar 38%. Dit zal gebeuren in 28 jaarlijkse stappen van een half procent’. Een prachtig rookgordijn om aan te kondigen dat de hypotheekrenteaftrek/villasubsidie wordt veranderd. Snurk! Was er gezegd: ‘Mensen met een middeninkomen gaan erop vooruit omdat we de hypotheekrenteaftrek zó veranderen dat die klopt met het inkomen. We bouwen het rustig af, zodat iedereen daar genoeg rekening mee kan houden’. Klinkt al een stuk toegankelijker. En die cijfers zijn echt niet nodig.

En tot slot

Last but not least, vinden we het best heftig dat onze nieuwe koning een tekst krijgt voorgeschoteld waar zo weinig draagvlak voor is. De FNV protesteert tegen meer bezuinigingen, de oppositie klaagt steen en been en volgens een poll van de NOS heeft 82% geen vertrouwen in de koers van dit kabinet. Om dan de koning zo stellig te laten uitspreken dat veranderingen ‘noodzakelijk’ zijn, vinden we ergens wat aanmatigend. Want over hoe Nederland de toekomst moet ingaan is vooral verdeeldheid de norm. Het was krachtiger geweest als de koning in plaats van een vaag beleidsstuk, een invoelbaarder beeld van de nabije toekomst had geschetst in combinatie met een fear appeal: wat als het niet gebeurt?. We sluiten dan ook af met een wens aan Rutte: please realiseer je dat je je gelijk pas krijgt als je een persoonlijk, visiebiedend verhaal neerzet. En Hoogheid: u kunt er ook niks aan doen dat u zo’n beroerde souffleur heeft!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

12 oktober 2026
Ik las het boek The Sirens’ Call van Chris Hayes ademloos uit en neem je graag mee in zijn boodschap: we moeten onze aandacht beter beschermen, want die wordt steeds meer van ons afgenomen en verkocht.
15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.