Ruttes echte-mensen-taal

27 oktober 2010

Politici staan er nou niet erg om bekend dat ze duidelijke en normale taal gebruiken. Zeker na een kabinetsperiode met Balkenende (‘met de kennis van nu…’) zijn we gewend geraakt aan het omslachtige vervagen van allerlei termen en het verhullen van pijnlijke maatregelen met holle frasen.


Met die verwachting was de regeringsverklaring van premier Rutte - die hij voordroeg in de Tweede Kamer - een verademing. Ten minste, zo nu en dan.

Mooie metaforen

Rutte gebruikte twee schitterende metaforen direct na elkaar. Dit waren misschien wel de mooiste zinnen uit zijn stuk. Ten eerste dit: ‘we moeten snoeien om te groeien’. Wat hij hiermee bedoelt is: het kabinet moet nu bezuinigen om in de toekomst geen geldtekort te hebben. Dit is een punt waarop al vrij veel discussie is geweest, bezuinigt de VVD niet teveel? Doordat Rutte een ‘tuinmetafoor’ gebruikt, zet hij zijn punt kracht bij. Iedereen die wel eens in de tuin werkt, weet dat het deel dat gesnoeid wordt, vanzelf weer aangroeit. Sterker nog, sommige planten doen het juist beter als ze goed gesnoeid zijn. Inderdaad dus, snoeien is goed voor de groei van de economie!


De tweede metafoor is ‘de tijd van 'een vetrandje mag best' ligt echt achter ons’. Het is een allusie op de zeven vette jaren en de zeven magere jaren. Rutte geeft met deze metafoor aan dat hij geen keuze heeft en zal moeten bezuinigen. De tijd waarin we het ruim kunnen nemen is immers voorbij en dat geldt voor iedereen. Het klinkt niet meer dan redelijk op deze manier om een breed pakket aan bezuinigingen te presenteren. Rutte’s metaforen helpen bij het scheppen van een onbewust beeld met bijbehorende connotaties dat past bij zijn boodschap.


Een derde metafoor die de moeite waard is, is de ‘bestuursobesitas’ waar Nederland aan zou lijden volgens Rutte. Hij stelt dat het dus tijd is om de overheid op dieet te zetten, om in eigen vlees te snijden. Obesitas betekent dat iemand ongezond dik is. De enige manier om gezond te worden is afslanken. Zo zet Rutte de afslanking neer als het ‘overtollige vet’ kwijtraken en dus als een ingreep waar het bestuur gezonder van zal worden: iets waar niemand op tegen zal zijn.

Echte-mensen-taal

Naast sprekende metaforen gebruikt Rutte ook opvallende duidelijke spreektaal. Een voorbeeld hiervan is het kabinetsprincipe: ‘je gaat erover of niet’. Dit is een uitgesproken heldere zin. Hij had ook kunnen zeggen ‘het kabinet neemt als leidend principe dat er belangrijke kerntaken zijn die de overheid aan het hart staan, maar dat er ook zaken zijn waar de overheid geen zeggenschap over dient te hebben’. Maar zoals Rutte het doet, kan het dus ook.


Een ander voorbeeld van echte-mensen-taal is de ‘bestuurlijke spaghetti’ waar Rutte over spreekt. Sterk beeldend en begrijpelijk voor iedereen. Nog een voorbeeld: wijkverpleegkundigen die ‘zonder stopwatch’ kunnen werken. Ook deze zin geeft een schitterend beeld, waarbij iedereen zal begrijpen wat hij bedoelt. Of het ook klopt wat hij zegt, wordt door deze bewoordingen naar de achtergrond gedrukt.

Volhouden

Dankzij de mooie metaforen en de echte-mensen-taal zorgt Rutte ervoor dat zijn toespraak aantrekkelijker en begrijpelijker wordt. Hierdoor zal hij met zijn woorden meer mensen bereiken en misschien wel overtuigen. Het is verstandig dat hij zich niet laat verleiden tot parlementaire doolhoven, maar dat hij duidelijke taal spreekt. Hij weet zijn boodschap in goede taal te verpakken, zodat de inhoud van zijn verhaal zo goed mogelijk overkomt. Het is maar de vraag of hij dat vier jaar kan blijven volhouden.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?