Werkende woorden: scharrelkip vs schuurkip

23 oktober 2010

Stichting Wakker Dier heeft naar aanleiding van de wedstrijd ‘Grootste Liegebeest 2010’ de overheid opgeroepen om winnaar ‘scharrelei’ voortaan anders te noemen, namelijk ‘schuurei’. De term scharrelei impliceert namelijk dat de verantwoordelijke kipjes uitgebreid kunnen rondscharrelen, terwijl dit in de praktijk niet het geval is. Scharrelkippen wonen in een schuur – waar ze nooit uitkomen – en zitten met zijn negenen op één vierkante meter.


Waarom een nieuwe naam?

Het lijkt in eerste instantie misschien een symbolische aangelegenheid om te eisen dat de van deze kippen afkomstige eieren voortaan ‘schuurei’ genoemd moeten worden (het is niet zo dat de omstandigheden van de kippen erdoor veranderen). Maar, als je het vanuit taalperspectief bekijkt, is dit toch een interessant voorstel. Dat zit namelijk zo:


Een consument gaat naar de supermarkt om eieren te kopen. Hoewel de prijs belangrijk is, zijn er meer keuze-beïnvloeders in het spel. Een belangrijke rol speelt gevoel bij het maken van zo’n keuze. Een bakje waarop een mooie en gezonde kip staat, is bijvoorbeeld aantrekkelijker. Wat ook aantrekkelijk is, is de naam die de eieren meekrijgen. En daar wordt slim gebruik van gemaakt. Op het moment dat eieren komen van een legbatterij (ook zo’n visualiserend woord, dieren als machines) maar bijvoorbeeld gevoederd worden met maïs, klinkt het goed om er bijvoorbeeld ‘maïseieren’ van te maken. Dat bekt meteen lekker gezond, want maïs is gezond.

Verandering van het beeld

Op het moment dat iets een ‘scharrelei’ wordt genoemd, wordt er dus de suggestie van scharrelen gewekt. Dat is een beeld dat positieve gevoelens oproept, namelijk van vrije en blije kippen. Dit positieve gevoel vormt op deze manier een belangrijke prikkel in het gedrag: koop die eieren, die zijn goed. Wakker Dier begrijpt heel goed hoe dit werkt en verzet zich tegen dit (onterechte) beeld dat wordt neergezet met deze naam. ‘Schuurei’ klinkt minder positief dan ‘scharrelei’. Uitgaande van de keuze-beïnvloedende principes zouden er dus minder van deze eieren gekocht worden wanneer er een andere naam, en dus een ander beeld wordt gebruikt.


Eigenlijk is ‘schuurei’ nog een milde benaming voor deze kippen. Het is begrijpelijk dat Wakker Dier hier niet te ver in wilde gaan, om het voorstel een grotere kans van slagen te geven. Maar andere beelden zouden misschien nog sterker afschrikkend werken. Ik noem bijvoorbeeld: ophok-ei, opsluit-ei of claustrofobie-ei. Deze woorden geven een gevoel van ruimtegebrek. Dan is het (duurdere) alternatief ‘biologische vrije uitloop-ei’ in naam ineens een stuk aantrekkelijker.


Overigens, over 'Words that work' schreef Frank Luntz (pollster Republikeinen) een bijzonder inspirerend boek. Aanrader!

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?