Framing laaggeletterdheid: wat werkt en wat niet?

5 december 2017

Wat zijn de grote problemen van Nederland op dit moment? Bij velen zal ‘laaggeletterdheid’ niet in de top 3 komen. Niet zo vreemd, want er ligt een groot taboe op en het is allesbehalve zichtbaar. Hoe kan framing helpen om dit probleem beter te communiceren en ervoor te zorgen dat mensen aan hun taalvaardigheden gaan werken?


Taalstrategie is door Tel mee met Taal gevraagd onderzoek te doen naar de frames rond laaggeletterdheid. In dit artikel geven we een voorproefje van de gevonden frames.



Laaggeletterdheid-frames als basis voor constructieve communicatie

Frames rond laaggeletterdheid dragen bij aan hoe wij naar dit issue kijken en wat voor oplossingen we zien (of juist niet zien). In het geval van laaggeletterdheid concurreren verschillende frames met elkaar in het publieke domein. Sommige dragen bij aan het verbeteren van de geletterdheid in Nederland, andere frames kunnen juist schadelijk zijn. In het geval van onderwerpen waar relatief weinig aandacht en kennis rond is, hebben frames veel invloed op onze beeldvorming. Door de aanwezige frames te destilleren en adviezen ten aanzien van het gebruik ervan te formuleren, willen we bijdragen aan beeldvorming in het publieke debat die bijdraagt aan het voorkomen en verbeteren van laaggeletterdheid.


Een kwalitatieve framinganalyse van krantenberichten en online comments leverde zes frames op. Let op: er zijn natuurlijk meer frames mogelijk, maar deze frames kwamen we vaak genoeg tegen om er een zinnige analyse op los te laten. We noemen er in dit artikel vier.

Meedoen

Het gevonden 'Meedoen'-frame legt de nadruk op ‘buitengesloten zijn’: wie niet goed kan lezen, schrijven, rekenen of geen afdoende digitale vaardigheden heeft, komt als het ware aan de zijlijn te staan en ‘doet niet mee’. Binnen dit frame is laaggeletterdheid vooral een probleem van de laaggeletterde zelf. Het levert namelijk schaamte, afhankelijkheid en isolement op, wat vaak benadrukt wordt door sterk ingezoomde verhalen: voorbeelden of anekdotes van laaggeletterden zelf die vertellen over hoe erg ze lijden onder hun situatie. Problematisch bij dit frame is dat het niet duidelijk wordt hoe de samenleving er zelf baat bij kan hebben als laaggeletterdheid wordt opgelost. Het probleem blijft persoonlijk, en de oplossing dus ook. Hij of zij moet ’t zelf doen. Uit eerder onderzoek rond armoede (Iyengar 1993) bleek dat te sterk ingezoomde verhalen kunnen zorgen voor passiviteit bij de ontvanger: jij hoeft er niks mee, want het is het probleem van een individu waar je niks mee te maken hebt. Daarnaast wordt de laaggeletterde persoon ook veelal als zielenpiet neergezet, wat kan bijdragen aan versterking van de taboesfeer rond dit onderwerp.

Negatieve spiraal

Het 'Negatieve spiraal'-frame heeft als essentieel verschil met het voorgaande frame dat er in dit frame met meer afstand naar laaggeletterdheid wordt gekeken, wat een ander probleem oplevert. In plaats van het leed vanuit de laaggeletterde te bekijken, wordt het als een maatschappelijk probleem neergezet waar wij allemaal last van hebben. Laaggeletterdheid leidt namelijk tot maatschappelijke problemen zoals schulden, een korter leven met meer gezondheidsklachten, werkloosheid en niet stemmen bij verkiezingen. Dit is onwenselijk en onacceptabel voor ons allen. Dit frame kan problemen opleveren omdat het vaak vrij abstract blijft. Hierdoor is het weinig empathisch. De truc om dit frame goed in te zetten is door het aan te vullen met persoonlijke verhalen (van mensen die vooruitgang willen boeken of hebben geboekt), actief te benoemen wie er kan helpen (zoals huisartsen, sportcoaches en schuldhulpverleners) en te benoemen wat er voor ons allen te winnen valt als mensen beter leren lezen, schrijven, rekenen en aan hun digitale vaardigheden werken.

Kostenpost

In het 'Kostenpost'-frame staan de economische consequenties van laaggeletterdheid voor de samenleving centraal en in die zin lijkt het frame op de voorgaande. Het probleem bij dit specifieke frame? De laaggeletterde wordt sterk gedehumaniseerd: ze zijn een financiële last. Laaggeletterdheid verwordt binnen dit frame dan ook iets waar je je voor moet schamen: je veroorzaakt immers structureel gedoe voor de rest. Je kost alleen maar geld. Door dit frame te gebruiken schets je niet alleen een zeer negatief beeld van de laaggeletterde, ook een duidelijke oplossing ligt niet voor de hand. Veelal wordt in artikelen dit frame namelijk gecombineerd met een oproep om meer te investeren. Helemaal geen verstandige oplossing binnen de verhaallogica van het frame, want als iets al duur is, dan moet je daar natuurlijk niet nóg meer geld aan uit gaan geven.

Te ingewikkeld

In het 'Te ingewikkeld'-frame ligt de focus op het aanwijzen van de schuldige van het probleem. Niet de laaggeletterde is het probleem, maar degenen die veel te moeilijke brieven versturen. Die brieven zitten namelijk vol met jargon en lastige woorden en alles moet tegenwoordig maar digitaal geregeld worden. Binnen dit frame wordt geregeld genoemd dat zelfs ‘gewone’ burgers al moeite hebben met dit soort brieven. Binnen dit frame ligt de oplossing dan ook bij de boodschapper: die moet zich aanpassen en eenvoudiger communiceren, in plaats van dat mensen gaan investeren in het verbeteren van geletterdheid.

Kies een frame dat past bij wat je wilt bereiken

Alle gevonden frames in het onderzoek hebben waarde in zich. We wilden in het onderzoek een keuze maken in welk frame het meeste kan bijdragen aan een actieve houding om aan geletterdheid te werken. Ondanks dat het ‘Kostenpost-frame’ en het ‘Te ingewikkeld-frame’ veel gebruikt worden, krijgen deze niet onze voorkeur door de onbedoelde en ongewenste bijeffecten. In een expertsessie met stakeholders van Tel mee met Taal werd duidelijk dat het ‘Negatieve spiraal’-frame de meeste potentie heeft om mensen in beweging te krijgen die laaggeletterdheid kunnen opmerken (professionals, maar ook familieleden of buren!) en deze mensen naar een lokaal taalinitiatief door te sturen. Het laat zien dat het een groter probleem is dan dat van het individu alleen en dat aan je taalvaardigheid werken ook kan bijdragen aan het voorkomen en oplossen van andere maatschappelijke problemen.


Om dit frame te laten slagen moet het wel persoonlijk blijven. Persoonlijke verhalen zijn waardevol omdat ze het probleem invoelbaar maken. Maar ook om de potentiële winst te tonen. Door te laten zien wat iemand ‘gewonnen’ heeft na bijvoorbeeld een taalcursus, wordt duidelijk dat iedereen wel baat zou hebben bij een investering in zijn taal-, reken- en digitale vaardigheden en dat je je hier dus niet voor hoeft te schamen. De negatieve verhalen verdienen een tegenhanger die toont hoe het ook kan: de opwaartse spiraal. Wat gebeurt er met de samenleving als mensen meer gaan werken aan hun talige, reken- en digitale vaardigheden? Dan nemen mensen slimmere financiële beslissingen, gaan ze beter om met hun gezondheid en blijven ze actief deelnemen op de arbeidsmarkt en in het stemhokje. En daar hebben we allemaal plezier van. Het is essentieel om de potentiële winst waar dit mogelijk is te blijven benoemen, zodat de ontvangers van de boodschap niet alleen het probleem voor zich zien, maar ook een beeld krijgen van waarom het helpt om hier in te investeren als programma, als overheid en als samenleving.

 

Lees hier het complete onderzoeksrapport.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

12 oktober 2026
Ik las het boek The Sirens’ Call van Chris Hayes ademloos uit en neem je graag mee in zijn boodschap: we moeten onze aandacht beter beschermen, want die wordt steeds meer van ons afgenomen en verkocht.
15 september 2026
Als framingspecialist luister ik jaarlijks naar de Troonrede op twee manieren: wat wordt er gezegd en hoe wordt dat geframed? In dit artikel geef ik een duiding: welke belangrijkste frames sprak de Koning uit tijdens de troonrede op Prinsjesdag? Goed om je te realiseren waar de troonrede informeel voor bedoeld is: het eerste voorzetje voor het debat in de Tweede Kamer dat woensdag en donderdag plaatsvindt. De troonrede wordt immers niet geschreven door de Koning, maar door de minister-president, en Jetten wil maar al te graag alvast een paar punten scoren voor de Algemene Politieke Beschouwingen (APB). Het debat over de begroting wordt pittig; er is nog geen meerderheid in zicht. Er staat veel op het spel, en dat voelde je ook in deze troonrede. Frame 1: democratie als samenwerking in plaats van het 'grootste gelijk' Het onderwerp 'democratie' kwam ook bij de vorige verkiezingen al regelmatig bovendrijven. Interessant (en wat mij betreft pijnlijk) is dat er veel met democratie wordt geschermd (en dan vooral de problemen eromheen), maar zelden wordt benoemd wat democratie eigenlijk precies inhoudt. Terwijl er behoorlijk grote tegenstellingen zijn in hoe mensen dit invullen. De Koning framet het door te zeggen wat het niét is: "Daarom is het zo belangrijk het democratiebegrip niet verder te versmallen tot het gelijk van de helft plus één. Democratie moet mensen verenigen, niet uit elkaar spelen." Vaak wordt democratie juist gezien als de wens van de meerderheid. Dit laat zien hoe ingewikkeld het is om hier een alternatief frame voor te bieden, zonder in termen van ontkenning te vervallen. Weer niet gelukt. Waarom begint hij over de betekenis van onze democratie? De alinea erna gaat, zonder expliciete koppeling, over het vertrouwen in de politiek: "De parlementaire democratie is van iedereen, voor iedereen en moet dus dienstbaar zijn aan iedereen." In de zin erna wordt duidelijk wie hij aanspreekt: hij doet een beroep op de oppositie om een 'brede samenwerking' aan te gaan. Oftewel: ga niet dwarsliggen vanuit je eigen gelijk. Dat klinkt redelijk, maar voor de oppositie kan het heel anders overkomen — als: tekenen bij het kruisje, want grote issues liggen al te lang te wachten. De zin ' De toekomst wacht niet op achterblijvers ' voelt daarmee als een dreigement. Frame 2: we worden gegijzeld op ten minste drie onderwerpen Het zijn stevige woorden: " Een onderwerp dat Nederland nu al jarenlang gijzelt, is de stikstofaanpak." Het is een van de drie onderwerpen die de Koning aanhaalt om te laten zien hoe dingen te lang zijn blijven liggen. Hij staat lang stil bij wat het stikstofprobleem voor boeren gaat betekenen: veel. Maar het gaat wel 'duidelijkheid en toekomstperspectief' opleveren. De boeren krijgen geen schuld, maar worden ook niet als slachtoffer geframed: bij hen moet het gaan gebeuren, of ze dat nou leuk vinden of niet. Niet toevallig volgt daarna het onderwerp wonen: plannen voor de lange termijn, maar ook een omfloerste 'pragmatische aanpak' voor de korte termijn. Opvallend abstract en op een hoog taalniveau geframed, waardoor je er ook niet echt op aanslaat. Onderwerp drie is asiel: meer grip, minder polarisatie, en gemeenten die 'solidair' moeten zijn met Ter Apel. Dit hele deel zegt tussen de regels door: samenwerken, verdomme! Met als uitsmijter: " Op deze en andere onderwerpen wil het kabinet stilstand doorbreken en knopen doorhakken, zodat Nederland weer vooruit kan ." Frame 3: is een uitkering een gevangenis? Het lijkt een terloopse bijzin, maar is interessant genoeg om bij stil te staan: "Ook het stelsel van werknemersverzekeringen vraagt onderhoud, om ervoor te zorgen dat mensen mee kunnen blijven doen. Wie ziek wordt of werkloos, moet niet worden opgesloten in een uitkering." Dit is een duidelijk frame uit VVD-hoek, want zij willen de hoogte en duur van zowel de WIA (bij ziekte) als de WW (bij ontslag) verlagen en verkorten. Iets waar linkse partijen en vakbonden fel op tegen zijn en wat al tot protest en stakingen leidde. 'Opgesloten' suggereert dat je er niet uitkomt en dat is een beeld dat rechtse partijen voeden vanuit het idee dat uitkeringen te aantrekkelijk zouden zijn en er geen prikkel is om weer aan het werk te gaan. Het is aan jou om te bepalen of je het daarmee eens bent, maar het aantal mensen dat bewust en tevreden aan de kant zit, is nihil. Je kunt het verkorten van uitkeringen dus ook reframen als: mensen voor de leeuwen gooien. Welk frame past jou als lezer beter? Frame 4: ook de overheid moet beter samenwerken Tegen het einde richt de Koning de aandacht op de overheid zelf, die ook moet werken aan betere samenwerking en vertrouwen: "Kort samengevat: minder regelzucht en controledwang, meer ruimte voor mensen en bedrijven, en een overheid die niet hindert, maar helpt ." Het is een behoorlijk negatieve portrettering van de staat en een frame dat de afgelopen jaren steeds sterker wordt. De overheid als een soort doolhof, waar burger en bedrijf in verdwalen. Het voornemen van het kabinet? Minder regels maken en waar mogelijk vereenvoudigen. Dat betekent in de praktijk ook: minder maatwerk, maar dat blijft impliciet. Ook de ' muren tussen beleid en uitvoering ' moeten neer. Geen leuk frame voor de ambtenaren die met goede bedoelingen hun werk doen en dat vaker wel dan niet voor elkaar krijgen. Meeluistertip: luister naar hoe in de APB 'samenwerken' wordt geframed De toon is gezet. De volgende zin in de afsluiting spreekt ons allen aan, maar vooral de Tweede Kamer: " Want de geest van redelijkheid en elkaar wat gunnen die in deze woorden besloten ligt, lost meer problemen van mensen op dan de voortdurende ophef die nu soms de overhand lijkt te hebben." Het schetst een scherp contrast tussen 'elkaar wat gunnen' en 'ophef veroorzaken'. Maar precies daar tussen zit toch het debat waarbij je argumenten uitwisselt en compromissen zoekt? Ophef gaan we vast krijgen. Het wordt een woordenstrijd de komende dagen, waarbij de inzet grotendeels zal zijn: wie is de dwarsligger en wie doet mee? Dit minderheidskabinet kan zich niet veel verwijten veroorloven, dus de Koning wat vileine steekjes laten uitdelen is best een slimme zet. Benieuwd hoe de oppositiepartijen met de framing van samenwerking zullen omgaan!
1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.