Framen met cijfers: hoeveel pijn doet inflatie?

15 juni 2022

Ons brein laat zich graag verleiden door cijfers. Want zeg nou eerlijk, een operatie met een 90% overlevingskans vinden we toch net wat geruststellender dan een operatie met 10% kans op overlijden. Het risico voor beide operaties is even groot, maar toch kiezen we over het algemeen liever voor de operatie met 90% overlevingskans. Dat komt omdat de focus daarbij juist ligt op wat er te winnen valt, terwijl er bij de andere operatie wordt gefocust op de risico’s. Het idee van het ‘inkaderen’ van informatie, is dat de manier waarop wij een situatie beoordelen en de keuzes die wij op basis daarvan maken, gedeeltelijk afhankelijk zijn van de manier waarop problemen worden geformuleerd (Sunstein & Thaler, 2015: 48). We leggen dit graag uit aan de hand van een actuele situatie in Nederland: de toenemende inflatie.


Inflatie: glas halfvol of halfleeg?

De kranten en online nieuwsmedia staan er vol mee: artikelen over inflatie en de effecten voor ons als burgers. Want wat merkt de gemiddelde Nederlander nou van inflatie en gaat deze situatie op korte termijn verbeteren of verslechteren? Als we NU.nl moeten geloven hebben we te maken met een serieus probleem. Zo valt deze week te lezen: “ECB verhoogt voor het eerst in elf jaar rente in strijd tegen gierende inflatie”. Moeten we ons ernstig zorgen gaan maken of valt het allemaal wel mee? In opdracht van de NOS voerde I&O Research een representatief onderzoek uit onder 1996 Nederlanders. Dit onderzoek werd begin april gepubliceerd en leidde tot flink wat aandacht in de media. Interessant is hoe de resultaten van dit onderzoek vervolgens door verschillende media aan hun lezers worden gepresenteerd. De NOS kopte bijvoorbeeld op 13 april: “Meeste Nederlanders (nog) niet geraakt door inflatie, minima al wel veel last”. Terwijl het Reformatorisch Dagblad dat laatste weglaat en schrijft: “Inflatie deert meeste Nederlanders niet”. Beide media kiezen voor een (relatief) positief perspectief, namelijk dat de inflatie de meeste Nederlanders nog niet geraakt worden door inflatie. Daarom is het interessant dat De Limburger kiest voor een hele andere insteek. Daar lezen we: “Drie op tien Nederlanders in problemen door gestegen prijzen”. Na het lezen van alle artikelen leert de lezer hetzelfde: de inflatie is sinds de jaren ’70 nog niet zo hoog geweest en 3 op de 10 mensen geeft aan dat ze last hebben van de inflatie. De desbetreffende koppen sturen echter wel in verschillende interpretatierichtingen: inflatie is geen groot, landelijk probleem versus inflatie is wel een groot, landelijk probleem.

De meeste mensen, hoeveel zijn er dat?

De woordkeuzes die gemaakt zijn om de kaders extra vorm te geven zijn minstens zo interessant. Zo zorgt de formulering van het aantal mensen dat geraakt wordt door inflatie voor een andere interpretatie. NOS en Reformatorisch Dagblad spreken van ‘de meeste mensen’, terwijl De Limburger bericht over ‘3 op de 10 mensen’. ‘De meeste mensen’ is erg abstract en de enige inschatting die ons brein daarbij kan maken is dat het dan om minstens om 51% van de bevolking moet gaan. Er is hier dus veel ruimte voor interpretatie voor de lezer: het kan hier wel om 51% gaan, maar net zo goed om 90%. ‘Drie op de tien mensen’ is al een stuk concreter, wat het voor de lezer makkelijker maakt om een oordeel te vellen over de omvang van het probleem.


Om het probleem nog meer urgentie te geven, hadden de verschillende nieuwsmedia ook kunnen kiezen om de cijfers nog concreter te maken. Hoe concreter het verhaal, hoe makkelijker ons brein zich laat overtuigen. Hoewel ‘3 op de 10 mensen’ al concreter is dan ‘de meeste mensen’ zijn beide formuleringen nog enigszins abstract. Door het gekozen referentiekader van 3 op 10 blijft het probleem relatief klein. Maar hoeveel mensen komen er daadwerkelijk in de problemen in Nederland? Die informatie ontbreekt in de nieuwsgeving. Als we een bijzonder ruwe rekensom maken dan betekent dat van de ruim 17,6 miljoen inwoners er wellicht 5,3 miljoen mensen in de problemen komen door de huidige inflatie. Bij 3 op de 10 is het nog makkelijk te bestempelen als relatief weinig, maar ons brein vindt dat lastiger wanneer we een groot getal als 5,2 miljoen zien. Door deze cijfers concreter te maken, lijkt de inflatie dus ineens een veel urgenter probleem. Het allerconcreetst (en overtuigendst)? Verhalen van gezinnen die met hun handen in het haar zitten en de huur niet meer kunnen betalen.

Wij houden van duidelijk

Waarom die koppen ertoe toen? Over het algemeen reflecteren we bij het lezen van een tekst niet op wat er niet verteld wordt. Met andere woorden: we denken niet na over of het anders inkaderen van een boodschap onze mening over dat onderwerp zou veranderen. Een van de redenen waarom we dit niet doen is volgens onderzoekers Sunstein en Thaler, omdat we vervolgens niet weten wat we met die twee verschillende interpretaties moeten. Dus dan doen we het maar niet (vanzelf). Wij mensen houden nou eenmaal van duidelijke verhalen die we makkelijk kunnen beoordelen. En daarmee worden we dus banger voor de pijn van inflatie bij koppen die het groots framen.


Inmiddels wordt duidelijk dat inmiddels een grotere groep geraakt wordt door de inflatie. De oppositiepartijen dringen aan bij het kabinet dat de inflatie gecompenseerd moet worden. Zoals Eerdmans (JA21) het stelt: "De financiële buffer die mensen nu misschien nog hebben, moet je laten bestaan zodat ze niet in de schulden komen. Bij de middeninkomens begint het echt te knijpen". Herken je jezelf als ‘middeninkomer’ en begin je ‘m te knijpen?

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?