Framing vrijheid

4 september 2011

Vrijheid is een groots woord. Een abstract woord ook. Maar desalniettemin is het voor veel politieke partijen een enorme pijler. De Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en de Partij voor de Vrijheid (PVV) hebben het zelfs in hun naam staan.


Ondanks dat we onze mond ervan vol hebben, is het eigenlijk niet zo eenduidig wat vrijheid nu precies betekent. En zelfs als we een bepaald idee van vrijheid hebben, is het helemaal niet gezegd dat dit dé definitie van vrijheid is. Elke partij vult het voor zichzelf in en er zijn verschillende vrijheidsperspectieven. Daarom in dit stuk: vrijheidsframes.

Vrijheid in metaforische zin

Juist omdat vrijheid zo’n abstracte term is – zoals tijd, ruimte, liefde – gebruiken we metaforen om het concreter te kunnen interpreteren. Volgens linguïst George Lakoff gebruiken we vrijwel altijd een bewegingsmetafoor: bewegingsvrijheid. Dit is je kunnen verplaatsen, dingen kunnen pakken en beweging om lichamelijke handelingen te kunnen uitvoeren. Vanaf jongs af aan voelen we die behoefte en voelen we negatieve emoties als we in onze bewegingsruimte worden beperkt. Saillant: in de gevangenis zitten is eigenlijk niets anders dan het beperken van (onder andere) bewegingsvrijheid.


Die metafoor van beweging werkt twee kanten op: enerzijds een gewenste bestemming bereiken (ik heb mijn doel bereikt), anderzijds dat iets gewenst jouw richting op komt (mijn ideale baan kwam ineens op mijn pad). Dit werkt dus ook precies de andere kant op: het beperken van vrijheid is het opwerpen van een obstakel voor die beweging. Zo’n obstakel, het wegnemen van vrijheid, wordt dankzij deze metafoor gezien als iets immoreels, omdat we uit ervaring weten dat het vervelend voelt (bijvoorbeeld als je als baby niet de trap mag opkruipen).

Twee soorten vrijheid

Dankzij deze metafoor begrijpen we vrijheid op twee basale manieren: vrijheid om te (positief) en vrijheid tegen (negatief). De positieve vrijheid gaat over (bewegings)ruimte bieden: eigen beslissingen kunnen nemen en empowerment. Negatieve vrijheid gaat over vangnetten en bescherming, tegen bijvoorbeeld geweld, invasies of ziekte. In de politieke context gaat het al gauw om de rol van de overheid in het bieden of afnemen van vrijheid. Op dat punt verschillen de meningen nogal over wat vrijheid precies inhoudt.

Vrijheid volgens VVD en GroenLinks

De ene vrijheid is de andere niet. Wanneer we bijvoorbeeld kijken naar de VVD’se vrijheid, lijkt die vrijheid zich namelijk vooral te openbaren als ‘vrijheid is de afwezigheid van overheid’. Dat gaat dus over de toename van bewegingsvrijheid als de bewegingsbeperkende overheid afneemt. De VVD pleit voor de ‘vrije markt’, waar zo min mogelijk overheid, dus zo veel mogelijk vrijheid is. Overheid is dus vooral een vrijheidsafnemer, een bemoeienis. Dit geldt grotendeels ook voor het CDA en deels voor D66.


Als je naar de invulling van vrijheid bij GroenLinks kijkt, verschilt dat enorm van de VVD. Voor GroenLinks is de overheid namelijk meer een instituut voor empowerment: zorgen dat mensen hun vrijheid toeneemt, juist door overheidsingrijpen. De overheid is hier meer een beschermer van bewegingsvrijheid, dankzij het aanpakken van armoede, het inzetten van onderwijs en het op peil houden van de verzorgingsstaat. De vrije markt wordt dus niet per se vrijer bij afwezigheid van overheid. Regulering is géén afdoen aan vrijheid, maar juist het optimaliseren van vrijheid voor iedereen. Dit geldt ook grotendeels voor SP en PvdA.


Natuurlijk heeft de VVD ook oog voor het bieden van vrijheid via overheid (bijv .tegen discriminatie) en wil GroenLinks ook op veel punten minder overheidsingrijpen (bijv. minder regels voor ondernemers). Het wordt door niemand zó zwart-wit gepresenteerd. Maar juist het benadrukken van één van de twee vrijheden zorgt voor een duidelijker frame; het geeft kiezers een leidraad. De ene vrijheid leidt af van de andere. Het biedt een duidelijker perspectief op hoe je de standpunten en identiteit van de partij moet interpreteren en wat dus moreel juist is om te doen.

PVV-vrijheid: nog specifieker

De PVV’se vrijheid is nog veel specifieker geframed dan de ‘klassieke’ links-rechts-vrijheid. De PVV-vrijheid heeft minder te maken met overheid, het gaat vooral over culturele identiteit. Het behoud van de eigen culturele vrijheid, wordt gerealiseerd door de afwezigheid van een alternatieve culturele identiteit. Oftewel: de Islam bedreigt onze eigen identiteit (whatever that may be) en dient geweerd te worden uit Nederland. Zo framet Wilders vrijheid als iets dat in Nederland constant onder aanval is, dat we dus met hand en tand moeten verdedigen. Op het moment dat hij kritiek krijgt op deze visie, kan hij de tegenstander dus verwijten dat die niets om vrijheid geeft en dat die direct capituleert in plaats van knokt.

Wiens vrijheid?

Uiteindelijk is er geen universeel, eenduidig beeld van vrijheid. We worden gestuurd in onze interpretaties door onze metaforen die we hebben geleerd dankzij onze levenservaringen en door de frames die vanuit de politiek en samenleving boven komen drijven. Wat we hieruit kunnen leren is dat het dus voor politici nooit voldoende is om te stellen dat zij ‘voor vrijheid zijn’. Keer op keer zal de politicus moeten kunnen laten zien en voelen welke vrijheid hij nu eigenlijk bedoelt en zal het gewenste frame helder aanwezig moeten zijn. Anders kan een ander met jouw vrijheid aan de haal gaan.

Deel dit artikel:

Andere artikelen

1 september 2026
Er werd de afgelopen dagen achter de schermen in Den Haag weer flink geknokt. Niet alleen om de inhoud van de begroting, maar ook om de beeldvorming daaromheen. Minderheidscoalitiepartners VVD, D66 en CDA waren het namelijk niet bepaald met elkaar eens. En dan wordt het vraagstuk ineens tweeledig: wat gaan we doen en hoe wordt deze 'handreiking' geframed in de buitenwereld? Wie wint en wie verliest? Ik analyseer in dit artikel de framingdynamiek. Zonder inhoud kan het alleen over het beeld gaan We weten nog weinig over de inhoud van de afspraken. Dat gaat eerst langs de Raad van State. Voor de media (en voor ons) blijft er dan niets anders over dan doorpraten over hoe de verhoudingen in de coalitie ervoor staan. Dat verdient meteen een kleine time-out, want wie de inleiding van dit artikel herleest, ziet dat ik zelf ook een duit in het zakje doe. Door strijdmetaforen (geknokt, winnaars & verliezers) en door te herhalen dat er sprake zou zijn van een handreiking, geef ik je als lezer een kader mee dat allesbehalve kleurloos is. Taal is nu eenmaal nooit neutraal. Dus laten we kijken hoe de media over dit nieuwsfeit berichten. Omdat het nog niet over de inhoud kan gaan, verschuift de berichtgeving automatisch naar het proces als een soort horse race journalism. Welke frames levert dat op? De afdronk: onderhandelen met pijn, moeite en schijnresultaat Media zijn niet mals. De Volkskrant kopt: 'Coalitie sluit begrotingsakkoord met zichzelf, maar oppositie wacht af'. In de inleiding schrijven ze verder: ' Alle geforceerde opgewektheid voor de tv-camera's kon niet verhelen dat tijdens het overleg op Heinens ministerie de messen op tafel lagen'. De Telegraaf is iets milder: 'Kras op blazoen minderheidskabinet na moeizame Prinsjesdag-deal' , koppen ze. Het AD gebruikt een aardige vergelijking om het proces te duiden: 'Een compleet debacle is afgewend, het is een fotofinish geworden'. Qua framing lijken media behoorlijk eensgezind: het rommelt in het kabinet en daarmee maken ze hun lastige positie alleen maar lastiger. Maar daarmee is de kous nog niet af. Wat alle media er namelijk bij vermelden, is dat dit akkoord er eigenlijk al veel eerder had moeten liggen. Met een minderheidskabinet moet je aankloppen bij de oppositie om je plannen uitgevoerd te krijgen en dat proces had dus sneller kunnen verlopen. Oftewel: een pijnlijke vertraging die de onderhandelingspositie met de oppositie ondermijnt. Hoe framen de hoofdrolspelers het zelf? Wat zet je tegenover deze strijdretoriek? In de reacties van de betrokkenen zie je twee strategieën terug. De eerste is reframen. Dat doen Jetten (D66) en Heinen (VVD). Jetten spreekt van 'een beetje wrijving' . Hij gaat dus deels mee in het beeld van strijd, maar buigt de conclusie om: wrijving geeft juist glans. Oftewel, stevig onderhandelen is goed, zolang je eruit komt. Wel doet hij een mea culpa over hoe dit eruit heeft gezien voor de buitenwereld: 'We gaan nog lessen trekken en kijken hoe het de volgende keer strakker kan'. Eelco Heinen gaat nog een stap verder in zijn reframe: ' Het heeft ons dichter bij elkaar gebracht, omdat je elkaar in die nachten met pittige discussies veel beter leert kennen. Ik denk dat dit het team nog sterker heeft gemaakt'. Het was dus juist goed dat het zo ging, aldus de minister van Financiën. Beide heren kiezen er niet voor om het conflict te ontkennen, maar om het in een nieuw daglicht te plaatsen. De tweede strategie is de aandacht verleggen. CDA-leider Bontenbal legt de focus op het doel van de onderhandelingen: dat was om tot 'een goede handreiking naar de oppositie te komen. Ik denk dat dat gelukt is' . Deze strategie werkt vaak goed, omdat het brein aandacht geeft aan wat op dat moment concreet wordt benoemd. Maar de slimme zet van Bontenbal wordt niet beloond. Terwijl ik dit artikel schrijf, wordt duidelijk dat een deel van de plannen is gelekt. Belangrijke oppositiepartij PRO laat daarover meteen weten: 'totaal niet onder de indruk'. De strijd om het framen van deze begrotingsdeal is nog maar net begonnen. De messen worden geslepen voor de Algemene Beschouwingen volgende week.
16 juni 2026
Het wordt me vaak gevraagd: hoe authentiek ben je nog als je een hele framingstrategie voorbereidt bij een ontwikkeling of rondom een bepaald thema dat je aan het hart gaat? Met name als mensen die strategie in een toespraak of presentatie gaan verwerken, voelt dit als een gevoelige kwestie. Maar is het dat ook? Dat hoeft gelukkig helemaal niet. 
6 juni 2025
Kabinet-Schoof is gevallen. De PVV stapte eruit, en daarmee kwam er abrupt een einde aan een samenwerking die in de beeldvorming vooral het label ‘moeizaam’ kreeg. Wat volgde: nieuwsbrieven en reacties van vrijwel alle partijen. Sommigen verontwaardigd, anderen opgelucht, bijna allemaal klaar om zichzelf opnieuw aan de kiezer te presenteren. In die mails zit meer dan een eerste reactie. Ze zijn het begin van een nieuw verhaal. Een poging om richting te geven aan wat er is gebeurd en vooral aan wat er nú moet gebeuren. Wie is verantwoordelijk? Wie heeft gefaald? En wie kan het land nu wél vooruithelpen?